Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

107

BU RGER WACHTEN

en die 4 Februari j.1. door de rechtbank te Dordrecht werd veroordeeld wegens het plegen van gewald jegens een onder wijzer, dien hij wederrechtelijk zijn (des onderwijzer») woning binnenwierp, na hem te hebben uitgescholden.

2, Zoo neen, zal dan de Minister ten spoedigste, op grond van art. 60 der Gemeentewet, maatregelen treffen om de gemeente van dezen burgemeester te verlossen?

Blijkens zijn antwoord op 14 Maart 1920 gaf de minister volmaakt toe, dat al de opgesomde feiten juist zijn. De burgemeester was met aandrang op zijn gedrag gewezen, maar omdat hij administratief zoo nauwgezet en ijverig was, zouden nog geen „ingrijpende maatregelen" worden getroffen.

Over den burgemeester van Woudrichem klaagde Hermans 13 Nov. 1920, wegens zijn optreden tegen den veldwachter. Ook dit werd niet tegengesproken, maar voorloopig door den minister geduld. De vrede was vooreerst weer gesloten!

Wormerveer's burgmeester gaf Duys aanleiding 15 Sept. 1921, ter gelegenheid van de interpellatie over de Junicirkulaire van min. Aalberse, alvast iets over de houding van -den burgemeester inzake den woningbouw te Wormerveer te zeggen.

In December 1921 waren er over dezen persoon* alweer klachten, doch zij konden niet meer voor het afdrukken van dit Werkje worden besproken,

BURGERWACHTEN.

Al spoedig na de Novemberdagen, .in 1918 werden de burgerwachten opgericht, met het speciale doel, de revolutie te weren. 20 Mei kwam echter een wetsontwerp tot .verhooging van het Ve hoofdstuk der staatsbegrooting aan de orde, waaruit bleek, dat ook de regeering zich er officieel mede ging bemoeien en den staat deze instelling wenschte te doen steunen. Voorgesteld werden „uttkeeringen ter zake van ongevallen, overkomen aan militairen of leden van burgerwachten". Troelstra sprak bij die gelegenheid over de burgerwacht-politiek der regeering en Hermans haalde de brallende toespraken van officieren der burgerwachten en van anderen aan. Natuurlijk verdedigde de minister-president den post met • een beroep op de gevaren der revolutietdbet ontwerp werd dan •ook 20 Mei 1919 aangenomen met 53 tegen 15 stemmen. .Alleen de sociaal-demokraten en de kommunisten stemden tegen (bladz. 2336).

Op de staatsbegrooting voor 1920 was (in 1919) uitgetrokken -een som van ƒ 100.000: „Kosten van vrijwillige burgerwachten". -Hermans toonde 13 November 1920 aan, dat de chefs der belasting-kommiezen ZeH» pressie oefenden op hun ondergeschikten om lid van de B. W. te worden. Zoo de sectie-chef Lauret in Zeeland tegenover een kommies te Oostburg. Voorts gaf fbij eenige staaltjes van optreden der burgerwachten. Verklaard

Sluiten