Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CHHRISTELIJK-SOCIALE PARTIJ

114

Art, 3. De Overheid regeere naar het richtsnoer der eeuwige beginselen van Gods Bizondere Openbaring..... De neutraliteit die door de werking der beginselen van revolutie en separatisme in ons staatsleven en volksleven doordrong, worde al meer uitgebannen. De Overheid..., handhave aldus.ons nationaal Protestantsch volkskarakter".

De Openbaring wordt natuurlijk uitgelegd door mr. dr. van de Laar! Wil men dezen politikus grondig leeren kennen, dan verneme men, wat hij in de Kamer sprak in Dec, 1918, toen de S. D. A. P. onder den banvloek stond van de schrik voor revolutie. 19 Nov. 1918 hitste hij de regeering op felle wijze tegen de S. D. A. P. op en verlangde hij, dat zij in geen geval onze eischen inwilligen zou, o m d a t ze van ons kwamen.

„Door de S. D. A. P. zijn verschillende sociale eischen gesteld", sprak hij. „Die hebben in velerlei opzicht mijn volkomen •nstemming. Maar, om nu wel te worden verstaan wil ik, wat ik straks nadrukkelijker zal uitwerken, nu reeds verklaren: naar mijn vaste overtuiging kan en mag de regeering, juist door de houding van deze sociaal-demokraten, aan de door hen gestelde eischen niet aanstonds voldoen".

Dus, in plaats van mede gebruik te willen maken van de revolutionaire stemming, om ten minste iets op sociaal gebied gedaan te krijgen, trachtte hij juist dit tegen te houden (bladz. 429). En verder sprak hij: „Ik spreek hier, mag ik wellicht wel zeggen, als een van de rechterzijde, die misschien het meest sociale hervormingen wil, en daarom durf ik het te zeggen. En dan zeg ik: samenwerking met een niet ordelijke partij, die dergelijke uitlatingen van haar leider in dit Parlement niet desavoueert, maar ze ten slotte maar daar laat, die samenwerking is onmogelijk geworden".

En verder over wat de regeering moet doen:

„Doch de eer moet niet komen aan den heer Troelstra, maar blijven aan deze regeering. Daaróm is het de groote zaak voor een regeering, die zich zelf acht, voor een dergelijke ophitsing. ....

Duys; U hitst de regeering op om niets te doen.

De heer van de Laar: Ik hits de regeering niet op, maar stel vast, dat iedere regeering, iedere groep, die zich zelf acht, in deze omstandigheden niet alles kan doen wat gevraagd wordt".

Schaper antwoordde hierop 22 Nov. '18 o.m.: „Deze man, die voor sociale hervormingen opkomt en die Christelijk heet, verwijt ons, dat wij anti-sociaal en anti-demokratisch zijn, hitst regeering en land op, met zijn zalvende manier van spreken, om het tafellaken tusschen hen en ons door te snijden. Meent deze man soms, dat men in dit Parlement, waar wij met ons 22 zijn, dingen kan tot stand brengen zonder en tegen ons? Wat een verwaandheid! Is het niet belachelijk om te denken, dat men hier dingen tot Stand zou kunnen bren-

Sluiten