Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

119

IN DB KAMER

op art. 100 verdedigd, waarbij wordt bepaald, dat „in geen geval later (de inwerkingtreding) kan worden bepaald dan 6 maanden nadat deze wet in het Staatsblad is verschenen". Alle aanwezige vereenigde „revolutionairen" stemden er vóór.

11 Juli '19 (dus denzelfden dag): Het ontwerp (dat volgens het amendement op art. 100 na 6 maanden in werking moest treden) is zoo slecht, dat alle aanw. „revolutionairen", als Kolthek, Wijnkoop en van Ravesteyn, er tegen stemmen!

4 Juni 1920: Bij de behandeling der interpellatie-Schaper stemt de aanwezige kommunist v. Ravesteyn vóór een motie om de wet te doen in werking treden' fa teder geval 1 Juli 1920 (bladz 2571). Hij bleef er geheel mee in de zigzag-lijn van Kolthek.

Zooveel data, zooveel zwenkingen!

Bij de D u u r t e w e t stemden de kommunisten 20 Febr. 1920 tegen art. 3, dat zij als de kern van hét ontwerp beschouwden, alhoewel de kwestie van de toepasselijkheid op arbeidskontrakten nog beslist moest worden (zie ,,D u u r t e w e t"). Zij wilden dus de woekeraars maar laten woekeren, kwasi omdat die wet „volksbedrog" was — zeker evenals de Arbeidswet! Zij stemden dus 26 Maart 1920 niet tegen de wet om de loonen niet in gevaar te brengen, doch eenvoudig omdat ze zelfs niet wilden probeeren, den woeker te bestrijden.

Zoo ook stemden 4 Maart 1921 deze heeren, in gezelschap van de ergste reaktionairen, voor een motie-v, Beresteijn, om het ontwerp-E lektriciteit s-v oorziening (zie aldaar) van de baan te schuiven.

Ten aanzien van het militarisme is de zaak nog merkwaardiger. Men leze daaromtrent de brochure van Duys: De Ned. Sovjet-Communisten en het militarisme. Wij geven hier eenige voorname feiten omtrent de rol dezer heden in deze gewichtige aangelegenheid.

Allereerst nog een herinnering aan de kritiek dezer heeren op de S. D. A, P. inzake hun stemmen vóór de mobilisatie-kredieten. De schandelijke onoprechtheid, om eerst zelf pleidooien voor de landsverdediging te houden en het later, uit partijhaat, de S. D. A. P. te verwijten, als zij praktisch zich over dat standpunt moet uitspreken, dient steeds weer aan de kaak gesteld, ah de heeren een groot woord voeren.,Schaper en v. Zadelhoff hebben in de Kamer een paar maal voorgelezen, wat zij er van schreven. Zoo in de Nieuwe Tijd van 1906, bl. 597, waarin van Ravesteyn Schreef:

„Maar Hervé.... ziet niet fa, ten eerste, dat het vaderland wel degelijk ook voor de arbeiders, ja juist voor de arbeiders veel meer is dan een leeg woord, dat het integendeel de onontbeerlijke schaal is, die het socialisme moet omvatten, het vat, dat de arbeidersklasse met kostelijken/ wijn moet vullen, ten tweede, dat de antimilitaristische propaganda, die, voor zoover zij betreft de houding van den soldaat bij binnenlandsche kon-

Sluiten