Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

123

IN DB KAMER

en kinderen zwoegden en zuchten onder hun bagage en dat de soldaten naast hen liepen, maar geen vinger uitstaken en ook geen vinger konden uitsteken. De eene hand aan het geweer, de andere hand in hun zak.

De heer Duymaer van Twist: Ik heb het anders gezien".

(De schrijver van dit werkje heeft in Roosendaal, Bergen- op Zoom en elders zelf ook gezien, hoe de soldaten hielpen. Op het station te R. wilde een Belgische dame, wier bagage een soldaat gesleept had, een fooitje 'geven. Hij weigerde en zei eenvoudig, tot verbazing der dame: „daar gaat het niet om"). Ligt het op den weg van een kommunist, om op gezag van een trampraatje, de militairen, die een harde taak te vervulhéfa hadden, te bekladden? De officieren van gezondheid werden intusschen in dezelfde rfede geprezen, terwijl juist de soldaat — al was het niet steeds de schuld der artsen — over den mil. geneesk. dienst zooveel te klagen heeft gehad!

6 Nov. 1918, na de Harskamp-relletjes, stelde de dem. weermachter Wijk een motie voor om, door een kommissie, bestaande uit officieren, onderoficien en soldaten, de oorzaken dier muiterijen na te speuren. 22 Nov. stemden de kommunisten daar tegen. Wijnkoop verwees naar het eerste deel der motieKolthek, waar hij echter óók tegen stemde! De motie-Wijk werd met 41 tegen 38 stemmen verworpen (bladz. 503). Hadden de kommunisten voorgestemd, dan was zij aangenomen, Nu werd natuurlijk het onderzoek alleen door de hoogere officieren verricht. Zoo wil het de C. P.l — Voor de motieKolthek stemden, met den voorsteller, alleen de sociaal-demokraten. Toch werd er o.a. in gevraagd, zonder de daden der muiters goed te keuren, de muiters niet te straffen. De heeren Kruyt en Wijnkoop waren tegen)

Onder „Leger en Vloot" vindt men de opgave van het feit, dat 28 Febr. 1919 de kommunisten stemden tegen een SfUötie-Ter Laan, om de eischen van den Bond van Dienstplichtigen in te willigen. Kolthek was nu wijzer, en stemde voor, maar hij kreeg daarvoor in de Tribune van 4 Maart '19 een uitbrander, dat nif.'Voor de „slappe" eischen van dien Bond had gestemd. Doch slap Waren die eischen allerminst, en in ieder geval was dat door Wijnkoop in de Kamer niet als een motief aangevoerd. Hij wilde er zich niet over laten uitspreken of ze „redelijk en uitvoerbaar" zijn (bladz. 1675)1

28 Febr. 1919 stemden Wijnkoop en de zijnen nota bene te g e n de m o t i e-B o m a n s, om de Kamer te laten uitspreken, dat de uitgaven op de oorlogsbegrooting „belangrijk kunnen verminderd worden". Zelf dienden zij geen betere motie in. Kwam dus dc oude Adam van 1906 en 1911 (zie bl, 119) Wee* boven? Het is verbijsterend. Maar 6 Maart 1919 deed Kolthek wèl een beroep op de m o t i e-B o m an s. Die hadden „wij" hier aangenomen. Maar hijzelf behoorde tot de 35 tegen-

Sluiten