Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

135

HU» TYRANN1B

Enschedé en Zwolle, eenvoudig on» ze kwijt te raken beschuldigd van politie-spionnage enz., hoe deze lieden geraasd hebben over hun royement uit de S. D. A. P. in 1909, waarbij hun alle gelegenheid werd gegeven on» alsnog in de S. D. A. P. te blijven, als ze hun lasteren wilden staken en waarbij hun zelfs werd aangeboden behoud van de „Tribune", mits het kongres der S. D. A. P. een der hunnen als redakteur zou mogen Kiezen!

Na het November-kongres te Groningen in 1921 schreef de „Kommunistische Arbeider" van Herman Gorter ce. het volgende:

„De kongressen van laatste jaren kenmerkten zich door toenemende macht van de partij-chefs en de steeds afnemenue zelfstandigheid van de afgevaardigden. Eindelijk is het den partij-chefs volkomen gelukt, van deze partij te maken een partij van ontzielde mameiukken, die van iedere politieke zelfstandigheid beroofd of gespeend, nog slechts armzalige werktuigjes zijn in handen van eenige politieke opportunisten. Het is hun gelukt, na jarenlage onderdrukking van alle strijdende revolutionaire elementen, die het waagden, tegen het opportunisme van de partijleiding op te treden.

Voor het handhaven der eigen positie is voor deze heeren „geen middel te dol". Onderdrukking in de partij, uitwerping uit de partij, tot de lafste beschuldigingen".

En verder heette het nog:

„De afgevaardigden slikten zonder eenig ernstig verzet de onbeschaamdheden, die van de oppositie gezegd werden. Moties, die nog eenigszins opkwamen tegen de houding van den heer Wijnkoop en zijn staf, werden door de afgevaardigden schuchter ingetrokken. Zonder eenig ernstig onderzoek berustte het ikongres" in de brutaalste onderdrukking van de proletarische kritiek, die in de Nederlandsche arbeidersbeweging tot dusver heeft plaats gevonden. De bewering van den heer w'ijnkoop, dat de oppositie uit „spionnen" en „agents provokateurs", beneyens hun genooten bestond, was voor dit fraaie stel voldoende, om de houding van het Partij-bèStuur goed te keuren. Men vraagt zich af, waarover men* weer verwonderd moet zijn; over de ongehoorde brutaliteit van de partijs-chefs, of over de verregaande slaafschheid van de afgevaardigden".

De links-komm. „Roode Vaan" van Juni 1921 (zie Het Volk van 23 Juni) schreef dan ook dat Wijnkoop, „nog brutaler en geraffineerder dan Troelstra" is. Immers heet het in het „van Deventer tot Enschede" getitelde artikel:

„De leiding van de S. D. A. P. heeft in ieder geval de personen die zij uit de partij wilde zetten, nog in de gelegenheid gesteld zich voor het kongres te verdedigen. De bonzen van de C. P. laten oók dit niet meer toe en dringen zonder kongres■uitspraak, op eigen leidersgezag meer dan honderd partijgenooten op volkomen onreglementaire wijze uit de partij".

Sluiten