Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELEKTRICITEITSVOORZIENING

155

wij kunnen aan kolleges, die wij nog niet kennen, niet een beoordeeling over loon toelaten, onder het régime der bourgeoisie. Dit ware iets geweest voor de a rb e i d s-wetgeving, onder min. Aalberse. De regeeringspartijen wilden echter wel onze hulp voor de tot standkoming der wet, doch niet aan ons bezwaar tegemoet komen. Tegenwoordig, nu men van alle zijden aan de loonen tornt, zouden die raden aan de arbeidskontrakten kunnen tornen, terwijl de buitensporige woeker voorbij is!

26 Maart 1920 werd het ontwerp met 46 tegen 33 stemmen verworpen. Tegen stemden de sociaal-demokraten, met de vrijheidsbonders, christ.-historischen, vrijz.-demokraten, de katholieken Swane, Juten, Arts en Reijmer en Braat en v. d. Laar (bladz. 1752). Men begrijpt, dat de motieven, waaropdeze verschillende groepen tegen stemden, hier het oordeel moeten beheerschen. Voor stemden de meeste katholieken en de anti-revolutionairen.

ELEKTRICITEITSVOORZIENING.

Ond er den titel; .Elektriciteitsvoorziening van het land verscheen 26 Juli 1920 een wetsontwerp van den heer König, minister van waterstaat, hetwelk ten doel had, in de elektriciteitsvoorziening van het land meer orde en regel te brengen en ook het platteland beter van deze licht- en beweegkracht te voorzien. 16 April 1919 was een kommissie benoemd om de zaak voor te bereiden, die 27 Nov. '19 reeds een rapport uitbracht. De kommissie schreef onder meer:

„De opwekking van den stroom, de zorg voor de geheele produktie, dient in het algemeen aan den Staat te worden toevertrouwd. Die opwekking zal moeten geschieden in groote centralen, welke door hoogspanningsleidingen verbonden zijn. Deze leidingen vormen een integreerend deel van het produktiesysteem, immers zij maken het mogelijk de grootte van de totaal geïnstalleerde machine-kapaciteit, de grootte van de machineeenheden, en het inbedrijfnemen van de noodige machines of centralen ten nauwste aan te passen aan de wisselende belasting en daardoor een zuinig beheer en een goedkoope produktie te verkrijgen".

De provincie zou hierbij een beduidende rol spelen, en al» deze niet wilde, dan de Staat. De minister nam deze denkbeelden over, doch stelde in plaats van den „Staat": een centraal lichaam, dat de leiding zou nemen en waarop het Rijk veel invloed zou hebben. Er was haast bij de zaak, in het belang der zuinigheid.

„Eene snelle koncentiAfie ter bereiking van de grootste ekonomie is thans meer dan ooit geboden, en deze is slechts bereikbaar, indien de elektrifikatie ten spoedigste wordt Rijk»-' zaak", schreef de kommissie.

Iedere centrale zou anders op eigen gelegenheid werken en

Sluiten