Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

159

HLEKTBIOrrBITSVOORZIENING

aldus veel kapitaal verspillen. „Men vange dus aan, want hoe langer men wacht hoe grooter kapitaalverspilling, hoe minder kans de grootste ekonomie te kunnen bereiken en hoe grooter de moeilijkheden worden om een aantal betrekkelijk kleine eletriciteitsbedrijven tot een groot bedrijf te vereenigen". Art. 1 van het ontwerp luidde in hoofdzaak als volgt: „1. Voor den aanleg en de exploitatie van inrichtingen en werken tot het voortbrengen van elektriciteit, welke voor anderen beschikbaar zal worden gesteld, het geleiden daarvan door primaire hoogspanningsleidingen en het transformeeren in onderstations, die rechtstreeks op het primaire net zijn aangesloten, wordt eene naamlooze vennootschap „het Nederlandsch Elektriciteitsbedrijf" opgericht.

2. Door. die vennootschap kan in bijzondere gevallen worden overgegaan tot den aanleg of de exploitatie van werken tot het verdeelen of leveren van elektriciteit.:

3. Aandeelhouders van' die vennootschap kunnen alleen zijn:

a. de Staat,

b. provincies, of, in plaats van deze, maatschappijen, welke elektriciteisvoorziening ten doel hebben en waarin provincies of gemeenten overwegenden invloed hebben,

c. gemeenten,

d. bedrijven, welke door Ons zijn aangewezen of toegelaten". Volgens de artt. 5 en 6 zouden partikulieren geen elektr.-

bedrijf meer mogen oprichten of exploiteeren, tenzij het reeds bestaat en niet belangrijk uitgebreid wordt. Art. 11 luidde voorts:

„1. Er is een Elektriciteitsraad, die Onze Minister van Waterstaat van raad dient in alle zaken, de algemeene elektriciteitsvoorziening van het land betreffende.

2. In dien raad zullen de kommissariésen der vennootschap, tot ten hoogste een derde deel der leden, zitting hebben.

3. Voor het overige worden omtrent de samenstelling en omtrent de werkwijze en de bevoegdheid van den Elektriciteitsraad bij algemeenen maatregel van bestuur regelen vastgesteld".

Dit ontwerp ontmoette van alle zijden verzet; de 'Industrieele en de lokale besturen hadden liever hun eigen zaakjes,' de ekonomische reactionairen wilden het geheiligde „partikuliere Initiatief" handhaven, de zaak zou te duur worden, enz. De vrees voor socialisatie zat er mede bij sommigen onder.

24 Febr. 1921 begonnen de openbare beraadslagingen. De liberale mr. de Kanter, Visser v. IJzendoorn, Treub; de anti-rev. Zijlstra en vooral ook de v r ij z.-d e m o k r a t e n, bij monde van mr. v. Beresteijn en Marchant, bestookten het voorstel» Technici als de ing. de Muralt, dr. Lely, Bongaerts en v. d. Waerden verdedigden het. De laatste sprak 2 Maart 1921 (bladz. 1650):

„Wat is het onweersprekelijk voordeel van de koncentratie? Dat het door de koppeling van de centrales mogelijk wordt om

Sluiten