Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELBCTRI0ITEITSV00RZIES1NG

160

aan de goedkoopst werkende centrales het leeuwenaandeel van de productie op te dragen, zoodat de minder ekonomisch werkende alleen medewerken om bij te spijkeren in de spitsuren, dat er een groote kolenbesparing wordt bereikt, ook door het wegvallen van veel centrale-uren, dat ook veel nachtarbeid en Zondagsarbeid overbodig zal worden. Nu werken alle centrales gedurende 24 uur met 3 of 4 ploegen; dan zullen dat alleen de voordeeligst werkende en grootste doen. In de toekomsfc-i zal men dan niet: naarmate de behoefte stijgt in elke centrale machines inschakelen, maar zal men een of meer centrales inschakelen, die dan alle pompen op hetzelfde net".

V. d, W. erkende enkele bezwaren, .maar hij besloot aldus;

„Ik herhaal, tegen een dergelijk grootsch werk moete**^ kleinere bezwaren wegvallen en wanneer daarvoor hier of daar iemand eens een offer! moet brengen, zal hij dit, naar het mij voorkomt, voor de groote zaak moeten over hebben, te meer waar hij later, lach altijd weer in de gelegenheid zal wórden gesteld zijn werkkracht en energie aan het grootere geheel te geven"..

Merkwaardig; iwas weer de houding der vrijz.-demokraten. In een fel speech je verweet mr. Marchant 3 Maart '21 den minister, dat hij een naaml. vennootschap wilde oprichten. Alleen de Staat kan regelanvsatellen! Of de kath. heer Rijckevorsel al interrumpeerde, dat de minister toch verbieden kan (men herleze overigens art. 11) het hielp niet. De zaak moest blijkbaar alleen „geregeld" worden, maar geen koopman moest alles doen, die'' den Staat „stroppen" zou kunnen bezorgen (bladz. 1686). Maar de Staat had het oppertoezicht, kon veel invloed in de N. V. bekomen enz. Terwijl.-: anders den socialisten verweten wordt, dat ze „Staatsalmacht" willen, moest hier nu „vader Staat" weer allesdoen. V. d. Waerden sprak hieromtrent (bladz. 1646),

„Ik wijs. er nog op hoe die vennootschapsvorm zich uitstekend leent voor dergelijke bedrijven, alleen ben ik het met den heer van Beresteyn eens, dat het beter is dat de Volksvertegenwoordiging aanwijst, op voordracht van den minister, die per-sonen die in den Elektriciteitsraad zitting zullen hebben, dan dat de bevoegdheid daartoe uitsluitend aan de Kroon zal zijn".

De heeren wilden echter de Kamer in alhwinengen, zooals later ook blijken zal bij de behandeling der Postwet.

De heeren v. Beresteyn en Marchant hadden de volgende motie voorgesteld:

«.De Kamer, van oordeel, dat een algemeene regeling noodzakelijk is om de elektriciteitsvoorziening met de geringste kosten voor alle deelen van het land te verzekeren, dat de Kamer nog niet beschikt over de noodige gegevens om thans reeds vast te stellen, dat het gestelde doel door monopoliseering der elektriciteitsproduktie in handen van één gecenraliseerd bedrijf het besfcis te bereiken, noodigt de Regeering uÜ^Sat'1 aanhangige wetsontwerp in nadere overweging te nemen", fénz.Q

Sluiten