Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEMEENTE-POLITIEK

164

Gemeente-belastingen. — De wet van 30 Dec. 1920 (Stbl. 923) heeft het belastinggebied van de gemeenten uitgebreid. Reeds sedert 18 Febr. 1909 was er een ontwerp dienaangaande aanhangig. Het bleef liggen, zij het telkens gewijzigd en behandeld, tot 1920! 16 April 1920 verscheen een verslag van een nieuw afd.-onderzoek. Tenslotte zag het er in hoofdzaak zoo uit, dat de volgende belastingen door de gemeentebesturen meer zouden mogen worden geheven, n.1. welke in onderstaande opgave ruim zijn gedrukt:

a. opcenten op de hoofdsom der grondbelasting;

b. de bijzondere belastingen wegens gebouwde en ongebouwde eigendommen en van bouwterreinen, bedoeld in de artt. 242b, c en d;

c. eene zakelijke belasting op het bedrijf;

d. opcenten op de hoofdsom der Rijksinkomstenbelasting;

e. eene belasting naar: het inkomen;

f. opcenten op de hoofdsom der Vermogensbelasting;

g. opcenten op de hoofdsom der Personeele Belasting;

h. opcenten op de hoofdsom van andere daar v o or bij de wet vatbaar verklaarde belastingen;

i. eene belasting op de honden;

j, eene belasting op tooneelvertooningen en andere vermakelijkheden;

k. de rechten, loonen en andere gelden, bedoeld in art. 238; L de belasting, bedoeld in art. 239; :

m. debietrechten op wijn, bier, gevogelte, wild en, voor zooveel daarvan geen rijksakcijns of rijksdébietrecht wordt geheven, andere genotmiddelen; n. eene belasting op de verzekering tegen brandschade van in de gemeente zich bevindende onroerende en roerende goederen of eene overeenkomstige belasting voor zooveel die goederen niet verzekerd zijn; o. eene belasting van hen, die gedurende ten ■ minste een week als logeergasten vertoeven in een hotel of pension binnen de gemeente; p. eene belasting op openbare aankondigingen, voor zoover niet door middel van tijdschriften of dagbladen gedaan. De debietrechten onder (m) zijn bij de behandeling, in de Kamer uitgevallen, terwijl overigens ook de redactie onder p een geringe wijziging onderging. — Vervolgens was de bepaling opgenomen, dat de gemeenten geen opcenten op de Rijksinkomsten-belasting zullen mogen heffen, indien zij een inkomstenbelasting heffen met de progressie van art. 243e, 2e lid, dus

Sluiten