Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEMEENTE-POLITIEK

168

heer Drion stelde de beperking weer voor, met dien verstande, dat van ƒ800 aftrek ten hoogste ƒ1000 werd gemaakt. Dit reactionaire araendement werd echter 3 Nov. '20 verworpen met 56 tegen 20 stemmen. Vóór stemden Braat, de christ.-hist. v. Veen, Schokking en Henkemans; de katholieken Kolkman, Bongaerts, Deckers, Sasse v. IJsselt, Wintermans, v. d. Bilt, Swane en Kooien; de vri)h. bonders Buisonjé, ter Hall, Drion, de Groot, v. Rappard, Rink en Dresselhuys en de anti-rev. Colijn (bktdz. 261).

Mr, de Geer had op art. 243e twee amendementen voorgesteld over de heffing, welke luidden;

I. Artikel 243e wordt gelezen als volgt:

„Het percentage van heffing is vrij, met dien verstande, dat van geen toeneming van het belastbaar inkomen een hooger percentage mag worden geheven dan van diezelfde toeneming in de Rijksinkomstenbelasting geheven wordt, vermeerderd met vijf voor de toenemingen tot ƒ 3000, van zes voor die van ƒ3000 tot ƒ 6000, en van zeven voor die boven ƒ 6000".

II. Na § IV wordt ingevoegd een § V van dezen inhoud:

„In afwachting van een herziening der wet van 24 Mei 1897 (Stbl. No. 156) (regelende de fin. verhouding tusschen Rijk en gemeente; de schr.) wordt over 1921 en volgende jaren, in elke gemeente waarin de opbrengst van de plaatselijke directe belasting naar het inkomen over het dienstjaar 1920, respectievelijk 1920/21, méér bedraagt dan de opbrengst in hoofdsom van de Rijksinkomstenbelasting over het dienstjaar 1920/21, het krachtens de artikelen 1 tot en met 9 dier wet uit te keeren bedrag verhoogd met anderhalf maal het percentage waarmee de eerstbedoelde opbrengst de laatstbedoelde te boven gaat. Het percentage van verhooging bedraagt in geen gemeente meer dan 300".

Deze amendementen hadden dus de strekking, vooruit te loopen op de nieuwe regeling van de financieele verhouding tusschen Rijk en gemeenten. De gemeenten zouden volgens het 2e amendement alvast meer hebben. De heer Teenstra verzette lach hier tegen, omdat de groote gemeenten hiermede te veel zouden krijgen en te weelderig worden op kosten der kleine. Mr. v. Beresteyn en Schaper kwamen hiertegen op. Het amendement II, bestreden ook door den minister, werd 3 Nov. '20 echter verworpen met 46 tegen 30 stemmen. Vóór de sociaal-democraten, de vrijz.-democraten op Teenstra na, de christ.-hist. de Geer, de vrijh. bonders op v. Rappard na, dr. v. d. Laar en de kommunisten met Kolthek. Toen werd amendement I ingetrokken (bladz. 261),

Inzake de belasting op tooneelvertooningen deed mr. v. Beresteyn een poging om die niet te heffen op vertooningen van gesubsidieerde gezelschappen. Vele vereenigingen van kunstenaars hadden de aanneming verzocht; Schaper had het mede onderteekend. Kleerekoper bestreed het met het oog op het

Sluiten