Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

179

GRONDWETSHERZIENING

welgevallen aan de beenen des mans". (Ps. 147). Uit dat woord leidde de kanselredenaar af, dat God geen bonden en allerlei vereenigingen noodig heeft; die behooren allen op den rommelzolder; ze hebben nu nog de staking op hun geweten ook.

Het genoemde blad en ook „Patrimonium" en de christelijke „Amsterdammer" achtten dit konservatief, onheilig en oppervlakkig misbruik van de Schrift.

Zoo ziet men tweeërlei: le. dat men den Bijbel uitlegt naar eigen maatschappelijke gezindheid en 2e. dat de arbeiders, die hun strijd wel beseffen, van den godsdienst kunnen worden vervreemd door de eigen „bedienaars des Woords". Maar in dienzelfden Bijbel staat ook: Deuteronomium XXIV, vers 14: „Gij zult den armen en nooddruftigen daglooner niet verdrukken", en Lukas X vers 7: „De arbeider is zijn loon waard"; terwijl Jakobus V, vers 1 zegt: „Welaan gij rijken, weent en huilt over uwe ellendigheden, die over u komen"... en in vers 4: „Ziet, het loon d*er werklieden, die uwe landen gemaaid hebben, welke van u verkort is, roept; en het geschrei dergenen, die geoogst hebben, is gekomen tot in de ooren van den Heere Sahftêth (Sabaöth of Sebaöth: der heerscharen)". En zoovele teksten meer. . L (Zie overigens onder „Anti-these", „Kerk en Staat", „Koalitie-arbeiders" enz.)

GRONDWETSHERZIENING.

22 Maart 1921 werden een reeks van elf wetsontwerpen ingediend tot herziening van een aantal artikelen der Grondwet. Tevoren was een Staatskommissie benoemd waarin zitting hadden: als lid en voorzitter jhr. mr. Ruys de Beerenbrouck, minister van Binnenlandsche Zaken; als algemeen secretaris met adviseerende stem: mr. J. B. Kan, Secretaris-Generaal in algemeenen dienst; en als leden: mr. A. Anema, hoogleeraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam; jhr. mr. D. J. de Geer, lid van de Tweede Kamer; mr. J. Kappeyne van de Coppello, lid van de Eerste Kamer, na diens dood vervangen door mr. P. Rink, lid van de Tweede Kamer; mr. J. Limburg, lid van de Ged. Staten van Zuid-Holland; J. H. A. Schaper, lid van de Tweede Kamer; en mr. dr. A. A. H. Struycken, lid van den Raad van State.

De wetswijzigingen der regeering kwamen op het volgende neer:

le. De omschrijving van het grondgebied van het Rijk wordt aldus gewijzigd, dat de woorden „koloniën en bezittingen" worden vervangen door de namen van deze gewesten: Nederlandsch Indië, Suriname en Curacao (Ie hoofdstuk).

2e. De; troonopvolging wordt beperkt tot de nakomelingen van de thans regeerende koningin, tot de kleinkinderen van deze indien dit dochters zijn. — Eenige traktemen-

Sluiten