Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GRONDWETSHERZIENING-'

182

hebben geleerd en zoo niet alles, dan toch zeer veel hebben vergeten. „Met innig genoegen", zoo sprak Minister Ruys d» Beerenbrouck den 20sten November 1918 in de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Handelingen 1918/19, bladz. 470) „met innig genoegen heeft de Regeering vele redevoeringen zoowel van de linker- als van de rechterzijde der Kamer gehoord, ter bestrijding van revolutionaire plannen en tot opwekking om onze demokratisch opgebouwde staatsinstellingen te bewaren en te vervolmaken. De Regeering sluit zich daarbij'Van ganscher harte aan". Derhalve, niet slechts de bestrijding van revolutionaire plannen werd toegejuichd en beaamd, ook echter het vervolmaken onzer demokratische staatsinstellingen. Ondergeteekende is van oordeel, dat de voorstellen der Commissie deze beloften niet vervullen".

De Regeering was echter nog verder teruggegaan!

De openbare behandeling. — 26 Oktober 1921 kwamen de ontwerpen in openbare beraadslaging. Zoowel Troelstra als mr. Marchant wezen er op, dat deze grondwetsherziening slechts klein lapwerk is, zonder dat, als gevolg van de gebeurtenissen van 1918 iets groots in de voorstellen gelegen is. Natuurlijk gold dit ook den arbeid der (meerderneid van de) Staatekommissie. Een werkelijk nieuwe en demokratische grondwet, zooals wij die zouden wenschen, was thans niet te bereiken, dat was ons bekend. Doch deze voorstellen waren wel wat al te weinig in modernen geest. Troelstra wees in het bijzonder op het ontbreken van de afschaffing der Eerste Kamer en de verbetering van het parlementaire stelsel. Mr. Kolkman klaagde ook over de weinige belangstelling in deze herziening. Geen wonder! doch dat had hij moeten wijten aan zijn eigen regeering (en mannen in de Staatskommissie), die zoo weinig belangrijks voorstelden! (Zie voorts zijn betoog over de processiën onder het hoofd Proces s i e-v e r b o d).

Grondgebied. — Uit artikel 1 liet de regeering alleen de tweede zin, bevattende het woord „Koloniën" vallen, zoodat art. 1 luidde: „Het Koninkrijk der Nederlanden omvat het grondgebied van Nederland, Nederlandsch-Indië, Suriname en Curacao". Een amendement-v. Ravesteyn c.s. stelde voor om te lezen voor Ned.-Indiëi V,Iadonesle'f>D*'kunstmatige woord kon 1 November bij de stemming slechts 2 stemmen bekomen (bladz. 280),

De vrouw in de Grondwet. — Regeering en Staatskommissie hadden verklaard, dat overal waar in de Grondwet over de rechten der burgers wordt gesproken, worden bedoeld zoowel mannen als vrouwen. De vrouw heeft dus volkomen geUjke rechten. Toch stelden de vrijz.-demokraten voor in het tweede lid van art. 5 te lezen: „De vrouw kan niet door wettelijk voor-

Sluiten