Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GRONDWETSHERZIENING

186

de uitgaven aan het voeren van den Koninklijken Staat verbonden, de perken, waarbinnen zij de laatste jaren gehouden zijn, niet te doen overschrijden. Het is intusschen het voornemen van de Koningin om slechts met inachtneming van de grootst mogelijke zuingheid te putten uit het bedrag, waarmede het inkomen van de Kroon volgens het door mij bij Memorie van Antwoord gedane voorstel wordt verhoogd. Ik bedoel hier» mede te putten uit het bedrag van de meerdere zes ton."

Dit was nog het malste van al. ƒ 600.000 van de-12 ton zouden dan een kredietpost worden om uit te putten. De Kamer verzette zich vrij algemeen tegen deze wijze om de koningin persoonlijk in debat te brengen, maar een motie-Marchant, om haar leedwezen er over uit te spreken werd 10 Nov, '21 verworpen met 62 tegen 28 stemmen (bladz. 395),

Allereerst echter was de kwestie, wat thans wel het officiëele inkomen der kroon is. D.w.z. dus niet uit partikuliere vermogen, doch uit het salaris en de kroondomeinen. De regeering had in de stukken geweigerd, een staat dier inkomsten over te leggen. Troelstra eischte 10 Nov. de overlegging hiervan met klem. Vroeger was de lijst wel overgelegd. Het gemiddelde inkomen in de 10 jaren van 1880—1889 was jaarlijksch ƒ 696.456 en sedert is dit wegens de stijging der grondprijzen zeker niet minder geworden. Tr. konkludeerde, dat de koningin ongeveer l1/* millioen inkomen had. Toen de regeering bleef weigeren, omdat dit partikulier vermogen zou zijn — wat onjuist is, want dan stond het niet in de Grondwet — stelde hij een motie voor:

„De Kamer, van oordeel, dat ter beoordeeling van het voorstel der Regeering tot wijziging van art. 24 der Grondwet kennisneming door de Kamer van de opbrengst van het Kroondomein noodzakelijk is, verzoekt de regeering de daarvoor noodige gegevens aan de Kamer te willen overleggen."

10 Nov. werd deze motie verworpen, met 61 tegen 28 stemmen. Slechts de sociaaldemokraten, de vrijz.-demokraten en de kommunisten, met Kolthek, dr. v. d. Laar en Braat stemden er voor (blz. 395). De heele overige Kamer, met al die schijndemokraten rechts en alle vrijheidsbonders stemden tegen. Dit is een diep bedroevend verschijnsel voor die partijen.

Kolthek had een soortgelijke motie voorgesteld, met de bijvoeging om tot zoolang de beraadslaging te schorsen. Dit laatste kon men echter aan de regeering overlaten, het kon zijn, dat zij de gegevens bij zich had. De motie-Kolthek kreeg ongeveer dezelfde stemmen voor en tegen, alleen Braat stemde anders (bladz. 395), Een motie-Marchant, om een jaarlijksch verslag te eischen van den staat en de opbrengst van het kroondomein, zal later behandeld worden.

Tegen de verhooging zelf protesteerde 10 Nov. ook de vrij heidsbonder Bijleveld, die echter uitdrukkelijk zeide, alleen te staan in zijn fractie en mr. de Kanter bevestigde dit dan ook

Sluiten