Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

195

HEKSTE KAMER

gaan zou daarom ook door weinigen worden bereurd. Onmisbaar bestanddeel van een geordenden Staat is zij niet; er zijn Staten, waar men het zonder een twee-Kamerstelsel doet". En „Het (lib.) Vaderland" van 26 Nov. '18 schreef o.m.: „Is de Eerste Kamer een voordeel of een nadeel in ons konstitutioneele leven gebleken. En dan gelooven wy, dat van het eerste in geen enkel opzicht sprake kan zyn. Voordeel zou zij geweest zijn, als er sinds 1848 zich ook maar één gelegenheid had voorgedaan, waarbij de Eerste Kamer het land behoed had voor de totstandkoming van een wet, die door overijling of onbezonnenhekfeidie het gevolg van te ver gedreven partijzucht kan zijn, door haar zuster aan de overzijde van het Binnenhof ware aangenomen; maar dat is niet het geval geweest." .,

Echter moest prof. Visser v. IJz. thans verklaren, dat hij wat dit betreft in de fractie van den Vrijheidsbond vrijwel alleen stond.

De heer Drion verdedigde 23 Nov. het behoud der Eerste Kamer (bladz. 628), evenals de klerikalen Rutgers en Schokking. /Toen -het 24 Nov, '21 op stemmen aankwam, stemden de meeste Vrijheidsbonders vóór het amendement-Marchant om de Ie Kamer af te schaffen. Doch dit was, zooals mr. Dresselhuys verklaarde, louter omdat later het regeeringsvoorstel, om die -Kamer te doen verkiezen door middel van de evenredige vertegenwoordiging, in stemming zou komen en dit voorstel ernstig was betwist door protestantsche kerkelijken. Ware dit voorstel verworpen en de Eerste Kamer dus steeds als thans door de Prov. Staten op de bekende wijze gekozen, dan zou zij voor onafzienbaren tijd in meerderheid k e r k e 1 ij k zijn gebleven, en daar hadden de liberalen een afkeer van. Hun stemmen vóór het amend.-Marchant vloeide dus — behalve wat betreft mr. Visser v. IJz, en misschien een enkele meer — niet zoozeer voort uit demokratische, maar uit anti-klerikale gevoelens. Het amendement werd intusschen toch verworpen met 46 tegen 38 stemmen (eigenlijk 47 tegen 37, want de heer Colijn stemde bij vergissing voor). Alle rechtschen, op de katholiek v. Groenendael na, stemden tegen. Links was alles voor, op de Vrijheidsbonders Drion en v. Rappard na (bladz. 663).

Het regeeringsvoorstel, om aan art, 82 toe te voegen een tweede lid, luidende, dat de Eerste Kamerleden verkozen worden door de Staten der provinciën „op den grondslag van evenredige vertegenwoordiging", werd 24 Nov. aangenomen met 68 tegen 17 stemmen. Tegen stemden nog de antirev. fractie, op Smeenk na, en de christ.-historischen Gerretson, Bakker, Schokking, Henkemans en Weitkamp. Deze heeren — waaronder „kleine heden" als Bakker en Weitkamp — wilden dus het oude stelsel handhaven. Trouwens, er was door den kath. Bongaerts en den anti-rev. Rutgers reeds een amendement voorgesteld van zeer konservatieve strekking. De Eersts

Sluiten