Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GRONDWETSHERZIENING

206

maken, dat dan die organisatie-rechtsprekende bevoegdheid wordt toegekend, omdat de bedrijfsorganisatie behoefte heeft'aan, een andere rechtspraak dan die van den gewonen recher of van het centraal kollege van administratieve rechtspraak — hebben een aantal katholieken het amendement getracht te redden. Het is echter verworpen, evenals het artikel van de regeering. Het onbevredigend resultaat is, dat de Grondwet dus op dit punt niet gewijzigd wordt en dat zij dus een beletsel zal blijven voor de volledige ontwikkeling der publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie.

Het is o.i. te betreuren, dat verscheidene leden der katholieke fraktie hiertoe hebben meegewerkt. Wij zullen de motieven tot hun daad niet onderzoeken, ze zijn trouwens slechts ten deele tot uiting gekomen. Misschien hadden de juridische bezwaren door een wijziging in het amendement-Sannes kunnen worden ondervangen, misschien heeft de I tamelijk stroeve houding der regeering — de minister dreigde zelfs bij de aanneming van het amendement de geheele revisie van het hoofdstuk achterwege te laten! — wel eenige vrees ingeboezemd, wij zullen maar aannemen, dat eenige antipathie tegen het bedrijfsradenstelsel aan hun stem vreemd was. Doch dan is het des te meer jammer, dat het ontbreekt aan overleg en verstandhouding tusschen politieke en sociale leiders, een gemis dat wel treffend wordt gedemonstreerd door het feit, dat, terwijl men te Utrecht bezig was de theoretische grondslagen te leggen voor de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, men in Den Haag besloot een harer faktoren alvast onmogelijk te maken."

§ 4, inhoudende een toevoeging van art. 155 der grondwet, luidende: „Det wet kan bepalen, dat aan de berechting van door haar aan te wijzen gedingen als in artikel 153 bedoeld mede wordt deelgenomen door niet tot de rechterlijke macht behoorende personen", werd 13 Dec. '21 zonder hoofdei, stemming aangenomen (bladz. 1016). De leekenrechtspraak is dus in zekeren zin toch in de Grondwet opgenomen. (Het woord „mede" werd ingevoegd op voorstel van mr. v. Rappard.) Art. 153 betreft „twistgedingen over eigendommen of daaruit voortspruitende rechten, over schuldvordering en andere burgerlijke rechten."

Van de Defensie. — Bij het hoofdstuk „Defensie" had de regeering maar weer frischweg voorgesteld, artt. 180 en 181 te laten staan, zoodat volgens het laatste: artikel er tot bescherming van de belangen van den Staat een zee- en landmacht zal bestaan. Overeenkomstig de Nota-Schaper bij de staatskommissie voor de grondwetsherziening stelden de sociaaldemokraten voor art. 180 (dat alle Nederlanders verplicht zijn hun land te verdedigen) te doen vervallen, en in art. 181 te zetten, dat de wet bepaalt of er, ter bescherming der belanden van de Staat, een zee- en landmacht zal bestaan. Voorts werd een art. 181bis voorgesteld, bepalende, dat de wet den verplichten krijgsdienst

Sluiten