Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

211

DE ADDITIONEELS (OF OVERGANGS-) BEPALINGEN.

„De leden der Eerste Kamer worden gekozen door de leden der ProviiPciale Staten.

Deze vormen daartoe te zamen één kiescollege, doch komen provinciesgewijze ;in de vergadering der Provinciale Staten bijeen, tot het uitbrengen van hunne stem op de door de provinciale wet bepaalde wijlt» 1 '•'

Waaropf-door de heeren Bongaerts en Rutgers Was voorgesteld een amendement, strekkende om het tweede lid te lezen: „Deze komen provinciesgewijze in de vergadering der Provinciale Staten bijeen, tot het uitbrengen van hunne stem oo de door de provinciale wet bepaalde wijze."

Een amend.-Snoeck Henkemans bedoelde, de provinciën tot 5 kringen te vereenigen, doch de leden der Staten provinulWp'J ge wijze bijeen te doen komen tot het uitbrengen van hun stem, enz. Een ander systeem van evenredige vertegenwoordiging. De hr. Snoeck H. wilde een soort van organisch kiesrecht, doch dat leek naar niets. Het regeeringsartikel werd 13 Dec. '21 zonder hoofdei, stemming aangenomen, en de amendementenBongaerts en ..vutgers werden overgenomen. Art. 1131 zou vogens het reg.-voorstel aldus luiden: „Elke stem geldt, naar gelang der provincie waar zij is uitgebracht, voor het volgende aantal stemmen:

Noordbrabant 11

Gelderland 12

Zuidholland . 20

Noordholland .17

Zeeland o

Utrecht • ■ • 8

Friesland 8

Overijssel 9

Groningen 8

Drenthe 6

Limburg 10

De getallen in het vorig lid genoemd worden telkens na de bekendmaking der uitkomsten eener openbare volkstelling herzien".

Zóó werd het ook 15 Dec. aangenomen, Albarda en andere sociaaldemokraten hadden echter een amendement voorgesteld, luidende:

„Elke stem geldt, naar gelang van de provincie waar zij is Ifitg'ebracht, voor het aantal stemmen, dat verkregen wordt door het aantal kiezers voor de Provinciale Staten in de provincie en dit quotiënt af te ronden tot het naastbij liggende geheele getal.

Als het aantal kiezers, in het vorige lid bedoeld, wordt beschouwd het aantal kiezers, vermeld in de kiezerslijsten, geldig op den 15den Mei, die onmiddellijk aan de vaststelling van den I uitslag voorafging."

Het amendement werd door Troelstra verdedigd.

Sluiten