Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GRONDWETSHERZIENING

„Wat is nu het systeem volgens hetwelk door de Regeering deze vermenigvuldigingscijfers zijn gekreëerd? vroeg hij. Wij hebben gemeend, dat het systeem niet; juist is, daar het berust op de bevolkingscijfers. Nu komt het ons voor, dat het beter is den invloed van elke provincie op den uitslag der verkiezing evenredig te doen zijn aan het aantal kiezers, dat die provincie telt, en niet, zooals door de Regeering wordt voorgesteld, evenredig aan het bevolkingscijfer. Daarom wordt door ons het vermenigvuldigingscijfer afgeleid uit het aantal kiezer*».,vermeld in de kiezerslijsten, geldig op 15 Mei, die onmiddellijk aan de vaststelling'van den uitslag voorafgaat. Dit heeft ook dit voor, dat het aantal kiezers op de kiezerslijsten elk jaar opnieuw wordt vastgesteld, terwijl het bevolkingscijfer slechts eenmaal in de tien jaren nauwkeurig wordt bepaald .

Ook dr, v. d. Laar had een amendement ingediend.

Het amend.-Albarda zat goed in elkander, maar het viel 15 Dec. '21 met 46 tegen 30 stemmen. Dat van dr. v. d. Laar met 61 tegen 24 stemmen (bladz. 1084). Een amend.-v. d. Laar om het percentage 75 van den kiesdeeler, die een kandidaat moet halen om gekozen te kunnen zijn, tot op 50 terug te brengen, werd 15 Dec. ook verworpen, en wel 63 tegen 22 stemmen.

Een amend.-Snoeck Henkemans, van 15 Dec, '21, om terug te komen op het weduwen- en weezenpensioen, werd ontoelaatbaar verklaard met 53 tegen 32 stemmen. Een amend.Ketelaar c.s., om aan het pensioen der Kamerleden terugwerkende kracht tot de vroeger afgetredenen te verleenen, werd 15 December verworpen met 50 tegen 35 stemmen. Vóór alle sociaaldemokraten'; de kommunisten annex Kolthek; de vrijh.bonders op Visser v. Usendoorn en Bijleveld na; v. d. Laar en de vrijz.-demokraten (bladz. 1086)!

Toen deed de antirev. Rutgers nog een poging om art. XIV, verhooging der pensioenen voor kamerleden, te doen verwerpen. Het werd echter met 70 tegen 15 stemmen aangenomen. Alleen de antirevolutionairen tegen; zelfs Braat was nu vóór (bladz. 1086)1

De eindstemming had plaats op Donderdag 22 Dec. 1921. Na de tweede lezing (over de redactie) volgde de stemming over de verschillende hoofdstukken.

^Hoofdstuk I, over het Rijk en zijn inwoners, werd zonder hoofdei, stemming aangenomen.

Hoofdstuk ILjjran den Koning", gaf eerst aanleiding tot drie „verklaringen". Een van den heer Ruttfers over de Troonopvolging, . zonder wezenlijk belang, en een van Troelstra over de verdubbeling van het inkomen der Kroon. De fraktie zou tegen dit hoofdstuk gestemd hebben, indien niet met name het amendement tot invoeging van art. 77bis ware aangenomen. (Verderop zal blijken, dat in hoofdstuk II vrij wat meer gunstigs

Sluiten