Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INDISCHE POLITIEK

220

trehhfeltjk"vèel invloed gegeven, enz. Het schijnt, dat ia Ned. regeeringskringen dit stelsel wat al te vrijheidslievend werd geoordeeld. Althans, de tegenwoordige goev.-generaal, de liberaal mr. Fock, stond 3 April 1919, bij de behandeling der eerste Indische begrooting onder de tegenwoordige parlementaire periode, van zijn zetel als Kamervoorzitter op en hield een rede, die de strekking had om te remmen. Zoo zeide mr. Fock (bladz. 2014) o.a.:

„De Indische Regeering heeft in den Volksraad gezegd, dat de Volksraad een kollege is, dat een ontwikkelingsproces doormaakt, waarvan de beginphase zich in een zeer snel tempo heeft Voltrokken. In het leven geroepen als een adviseerend lichaam met een beperkte taak, zoo is de Indische Regeeriég voortgegaan, heeft de Volksraad zich in de eerste zes maanden'van zijn bestaan een positie weten te verwerven, die verre uitgaat boven den oorspronkelijken opzet. Ik vraag: wat gaf de Indische Regeering aanleiding dat te zeggen?"

Men proeft hier den reaktionair! Verder zegt mr. Fock, dat de wet den Volksraad slechts als adviseerend kollege erkent, enz. Doch het spreekt vanzelf, dat een formeele taak kaa voorbijgestreefd worden door de p r a k t ij k, zooals ook de Grondwet van Nederland rechten aan „den Koning" verleent, die door de praktijk der parlementaire konstitutie een doode letter zijn geworden. Over den Sarekat Islam zei mr. Fock:

„Van de 45 millioen inwoners van India is niet meer dan een aantal van 800.000, dus slechts een klein percentage, lid der Sarekat Islam en wanneer men het ledental eens goed kontroleert, zou misschien wel blijken, dat het aantal leden nog veel kleiner is. Er is hier dus een minderheid, die dreigt en terroriseert. Dat is nu het resultaat, hetwelk bereikt is door de onverklaarbare uitlatingen van de Indische Regeering".

Wat dat terrorisme van de S. I. betreft, de invloed van de kommunisten Sneevliet, Baars e.a. hebben op dit genootschap wel een minder gunstigen invloed gehad, wegens den aard hunner propaganda, die meer domme ophitsing dan redelijke ontwikkeling bevatte (zie onder Communistisc h>e P a r t ij: In Indië). Doch voor reactionaire waarschuwingen als van mr. Fock was geen reden. De eisch, dat de wet de verdere autonomie (zelfbestuur) moet regelen, was slechts een doekje voor het bloeden. Deze liberaal werd in het laatst van 1920 tot goev.-generaal benoemd en vertrok begin 1921 als zoodanig naar Indië. Het maakt den indruk, dat men hem er heen zond om er de zaak voor de Ned. konservatieven wat op te knappen.

Albarda Sprak 4 April 1919 voor de sociaaldemokraten in de K;,mer. Hij zei, niet overtuigd te zijn, dat de Inlanders gelukkiger werden door den inval der Europeanen, maar wilde toch ook niet weten van een plotseling loslaten van Indië, nu die er eenmaal zitten. Over den geest in de Volksraad sprak hij:

„Intusschen, met'meer ernst dan ooit staan wij voor de vraag,

Sluiten