Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INDISCHE POLITIEK

224

als zij vertrekken zonder vergunning, „met den sterken arm" worden teruggebrachte Sedert komen ook nog veelvuldig mis* handelingen, plagerijen en afzetterijen van koelies voor, terwijl omgekeerd de Chinees nu en dan eens een misdaad begaat tegen een assistent of opzichter. Mr. A .F. van Blommenstein, Indisch ambtenaar, ook sedert overleden, bond den strijd tegen de poenale sanktie aan en bracht er verschillende rapporten en een nieuw ontwerp-koelie-ordonnantie over uit. Het laatste rapport dateert van 15 Maart 1916.

Op voorstel van Schaper en Sannes werd 20 Maart 1917 een motie aangenomen om te doen onderzoeken, of de poenale sanktie niet moet worden afgeschaft en de Kamer grondig voor ie lichten. Benoemd werden in de kommissie de heeren Marchant, Beumer, Rijckevorsel, Scheurer en Schaper, en 25 Maart 1919 bracht deze kommissie haar rapport uit.

Het rapport léverde den schijn op, alsof de meerderheid de poenale sanctie inderdaad zou willen afschaffen.

Wij lezen toch op bladzijde 24:

„Niet éénstemmig oordeelt de kommissie over den termijn van afschaffing der poenale sanctie en over de noodzakelijkheid van overgangsmaatregelen.

Het lid der kommissie, de heer Schaper, verklaart zich in zijne bij dit verslag gevoegde nota voor afschaffing der poenale sanctie na uiterlijk drie of vier jaren. Den werkgevers wil hij doen waarborgen, dat de met hooge kosten aangevoerde immigranten deze kosten zullen goed maken, door een verbod, de» immigrant, die zijn kontrakt onrechtmatig heeft verbroken, in dienst te nemen zonder te gelijker tijd zijn schuld aan den vorigen werkgever over te nemen,- met verplichting, die schuld geleidelijk af te betalen. Verder door invoering van een soort staangeld, dat echter uitsluitend zoude moeten worden gevormd uit premiën, boven het loon gegeven en geheel als geschenk beschouwd.

De meerderheid' der kommissie kan zich met deze oplossing niet vereenigen. Zij is van oordeel, dat de poenale sanctie zonder overgangstermijn kan en dus ook moet worden afgeschaft. Onder „de poenale sanctie" verstaat zij de bepalingen en de -praktijk der koelie-ordonnantiën, die den arbeider, wat zijn persoon betreft/'hË de macht van den werkgever brengen. Het scherpst komt deze verhouding uit in de „terugbrenging met den sterken arm", welke het spraakgebruik- onder de poenale sanctie begrijpt. De werkgever behoort' slechts kontraktueel aahspraak te hebben op de dienstprestatie van' den arbeider. De wet mag den werkgever geen dwangmiddel geven tegen den persoon van den arbeider. Zulke bepalingen herinneren aan de slavernij, zij zijn in onzen tijd onbestaanbaar."

Deze voorstelling was echter slechts s c h ij n, gevolg van een geraffineerd onjuiste voorstelling van zaken. De zaak is zóó, dat de meerderheid eenvoudig de zaak wil laten zooals zij is,

Sluiten