Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INDISCHE POLITIEK

228

te laten deelen. Later bleek, dat de regeering het land dan ook onkundig had gelaten van protesten der Amerikaans che regeering tegen het plan. Wij komen daarop terug.

26 April 1921 kwam het ontwerp in de Kamer aan de orde. Verdedigde de vrijh.bonder de Muralt het ontwerp slapjes, (later ook mr. Treub), Albarda bestreed het namens de sociaaldem fractie. Hij wraakte de bewering, alsof dit zoo goed als een staatsbedrijf zou worden. Voor den staat zijn er enkel nadeelen aan verbonden.

„Er is eerder grond voor de meening", sprak hij, „dat in vele gevallen de behartiging van de eigen belangen van de Koninklijke er toe leiden zal, dat het Djambi-bedrijf ongunstige financieele resultaten afwerpt. De groote winsten worden behaald bij de distributie. Het halve centje van moeder de vrouw, zooals de heer Middelberg in een van zijn geschriften schrijft, daarin zitten de groote winsten. Die worden niet gemaakt door den producent van de ruwe olie, maar door dengene, die de splitsingsproducten distribueert. Welnu, den handel in die splitsingsproducten wenscht de minister niet door dit bedrijf te doen verrichten, maar daarvoor wordt gebruikt de Dordtsche Petroleummaatschappij, de verkoopsorganisatie van de Bataafsche voor Ned.-Indië. Hoe duurder nu de olie van Djambi aan de Dordtsche Petroleummaatschappij wordt verkocht, hoe kleiner winstmarge voor de Dordtsche; m.a.w. hoe grooter de financieele baten voor het zoogenaamde „Staatsbedrijf in wezen", hoe kleiner de winst voor de Dordtsche".

Ook de vrijz.-demokraten bestreden het ontwerp. Van Ravesten stelde 27 April een motie voor, om de ontginning uit te stellen tot Indië zelfbestuur heeft gekregen. Deze motie verwierf 29 April slechts 3 van 80 stemmen, die der kommunissten (bladz. 2314). Op dien dag kwamen Ook de artikelen met de amendementen in behandeling. Albarda en 4 anderen stelden voor, in de eerste alinea van artikel 1 de woorden: „met de door hem aan te wijzen persoon of personen" te vervangen door: „met den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, dié daarbij handelt voor en namens den Nederlandschen Staat".

Dat was dus de zuivere staatsexploitatie. Dit amendement werd 29 April '21 verworpen met 56 tegen 24 stemmen. Met de sociaaldemokraten stemden voor de kom-; munisten en vrijz.-demokraten en A. P. Staalman. Alle andere partijen stemden tegen (dr. v. d. Laar was afwezig). Een amendement, luidende: aan artikel 1 toe te voegen een vijfde lid, luidende: „Aandeelhouders van die vennootschap kunnen alleen zijn:

a. Nederlandsch-Indië;

b. de Staat;

c. gewesten en gedeelten van gewesten, waarvoor ingesteld zijn raden, als bedoeld in het tweede lid van artikel 68b van het Regeeringsreglement", :i$i8'*&trt.

Sluiten