Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

229

DJAMBI-OMB

*ok van Albarda, viel met ongeveer dezelfde stemmenverïouding; alleen stemde de liberaal dr. Lely nu vóór. i Een amend.-de Muralt om te bepalen, dat de Mij..*(n hoog\ète 15 percent stookolie ter beschikking van het Land moet stellen, die een vorig jaar in 't geheel is afgeleverd, tegen een lageren prijs, werd 29 April verworpen met 43 tegen 37 ■ stemmen. Tegen dit voorstel stemden uitsluitend alle rechtsche leden behalve Staalman, die met links voorstemde (bladz. 2315). I Een amend-Treub wilde de helft van het Djambi-turrein althans reserveeren voor later. Het werd weer rechts tegen haks Cis boven) verworpen met 43 tegen 37 stemmen (bladz, 2319) Het amendement was niet zonder belang.

Dit terrein", sprak de heer Treub, „is 1.700.000 H.A. groot, en terwijl de heer de Waal Malefijt in 1912 een aanbieding vroeg op slechts 550.000 H.A., achtte de Koninklijke dat niet te gering, om daarop in te gaan. Daarom geloof ik, dat indien wij de grootste helft geven aan de Koninklijke, terwijl wij de rest reserveeren, men {zooals de minister deed) dan*iet kan zeggen, Uat men de zaak splitst in kleine ondernemingen".

Toch viel ook dit voorstel. j Op aandrang van mr. Marchant werd de exploitatie uitdrukkelijk tot Djambi beperkt.

f Het wetsonwerp werd 29 April 1921 aangenomen met 149 tegen 30 stemmen. De heele rechterzijde, behalve Staalman, |(dr. v. d. L. was afwezig), was vóór, terwijl mede nog voorstemden: de vrijh.bonders v. Rappard, Visser v. IJzendoorn, de Kanter, Dresselhuys en Drion, en ook Braat. De andere liberalen stemden, voor zoover aanwezig, tegen, ook de Muralt; voorts alle andere partijen links (bladz. 2322).

L Intusschen werd 26 Mei '21 de zaak opnieuw aan de orde gesteld. Albarda en v. Ravesteyn interpelleerden over een gedachtenwisseling tusschen de Amerikaansche en Nederl. regeering inzake de Djambi-petroleumterreinen, die de regeering geheim gehouden had. Nadat einde April in de Tweede Kamer het ontwerp was aangenomen, verscheen 18 Mei '21 een Oranjeboek over de buitenl. aangelegenheden van Mei 1920 tot

■Mei 1921, waarin een scheller licht werd geworpen op den

■brief der Am. Standard Oil Cie. Van Ravesteyn had nog wel gevraagd naar de aanwezigheid van den minister v. buitenl. zaken, en toch had min. de Graaff gedaan, alsof er niets te zeggen viel op dit gebied. Toch klaagde de Amerik. regeering, dat

1 hare industrie van de petioUum-winning was uitgesloten. De zaak kon dus tot internationale verwikkelingen leiden. De kerkelijken bazelden nu over „Amerikaanseri imperialisme" en

■ „baas zijn in eigen huis", doch daarover liep het niet; uit alles I bleek, dat de Kamer in het duister gelaten was en dat daarbij

de „Koninklijke", met hare Engelsche kapitalen, in Indië alles

■ wat petroleum bevatte in de macht zou krijgen.

„In 1904 nam — zoo sprak Albarda 26 Mei — de Konink-

Sluiten