Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INDISCHE POLITIEK

232

Vervolgens is gevraagd, dat de Volksraad over het: ontwerp zou worden gehoord. Eerst door den Volksraad zelf, daarna in deze Kamer. De Minister heeft dat geweigerd en de Kamer eveneens, met volle medewerking en goedkeuring van de antór. revolutionaire: partij". En verder:

„Op deze alleszins berispelijke en slordige wijze nu is dit ontwerp tot stand gekomen. Tot overmaat van ergernis blijkt na de afdoening van het ontwerp, dat een aantal hoogst gewichtige documenten, die er mede in verband staan, verborgen zijn gehouden voor de Kamer. En dat alles wordt door de anti-revolutionaire partij geduld en zelfs goedgepraat! Indien es in den lande een slechte indruk bestaat van de houding dier partij» mijnheer Rutgers, dan is dat aan uw houding te wijten".

Troelstra zei, dat de heele zaak.stinkt naar petroleum en veel gebruikte rijksdaalders. De motie-Dresselhuys oordeelde Albarda slap en onbeduidend. Nog dient vermeld, dat mr. Treub geen kabinetskrisis aandurfde en daarom niet durfde stemmen voor de motie-Albarda.

Van Ravesteyn diende een motie in, vrijwel gelijk aan die van Albarda c.s., behalve dat „inzonderheid" de minister van buitenl. zaken werd gelaakt, iets wat Troelstra ontaktiscft ■ noemde, terwijl de soc.-dem. motie de geheele regeering verantwoordelijk stelde. Het woord „inzonderheid" werd later veranderd in „dus".

De motiën v. Ravesteyn en Albarda werden 27 Mei '21 verworpen met 56 tegen 21 stemmen. Alleen vóór stemden de sociaaldemokraten, kommunisten, vrijz.-demokraten en v. d. Laar. De motie-Dresselhuys werd eveneens verworpen, doch met 43 tegen 40 stemmen, rechts tegen links; waarbij echter de kath. v. Groenendael, A. P. Staalman en dr. v. d. Laar mee v6orrtemden. (Bladz. 2617). Bijna alle kerkelijken dekten dus de daad der regeering!

Wie nog eenige hoop koesterde, dat de Eerste Kamer het ontwerp nu zou verwerpen, kwam bedrogen uit! Mede verdedigd door min. Bfcys en fel bestreden o.a. door v. Kol en Mendels, werd het 1 Juli 1921 aangenomen met 27 tegen 8 stemmen. 5 Juli stond de wet in het Staatsblad (No. 845).

Het Ned.-lndisch Land-Syndikaat. — In de Eerste Kamer had v. Kol ter gelegenheid der Djambi-zaak den heer H. Colijn beschuldigd, zich in erge mate te hebben bevoordeeld, door als regeermgsambtenaar in Indië en later als mvlowdrijk regeerder door de macht der „Koninklijke" voor te bereiden en er later* direkteur van te worden. In een brochure over het N.-I. LanW syndikaat in de tweede helft van 1921 verschenen bij „Ontwik* i kehng te Amsterdam, zette v. Kol de geschiedenis van dit syn«^at.niteen. De heer Cokjn, als nulitair in 1901 de vertronwai, I ling van generaal v. Heutz, stichtte in 1909 dat Syndikaat, het* J welk den steun ontving van de Kon. Ned. Petr. Mpij., van de

Sluiten