Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KATHOLIEKE STAATSPARTIJ

242

„Vast staat, dat de kolonie Suriname wordt verwaarloosd", sprak hij, „ook, dat de Koloniale Staten al het mogelijke doen» om dat te voorkomen, verder, dat de verwaarloozing tweezijdig geschiedt, n.1. èn van uit het koloniaal bestuur èn van uit Nederland, vanwege de afdeeling Westt-lndische Zaken aan 's Ministers Departement". Voor die verwaarloozing gaf hij enkele teilen, welke met andere zouden zijn te vermeerderen.

Zij betroffen de foutieve opzet der rubberkuituur, de nalatige totstandkoming der balata-verordening, de schromelijke nalatigheid der bauxiet-verordening, de verschuiving der duurte* toeslagen van ambtenaren enz. De Koloniale Staten worden genegeerd. Aanleiding tot voorstellen gaf dit alles niet. Min. de Graaff zat er pas en zei er weinig van te weten. De zaak is, dat Nederland geld moet bijpassen en dus moeilijk de blanke inwoners vrij kan laten beschikken over de schatkist. Dit is in Curacao evenzoo het geval en dit eilandje geeft nog minder aanleiding tot veel debat. In den regel spreekt de kath. v. Vuuren er over als woordvoerder der katholieken in die landen.

10 Febr. 1921 streed de Jonge weer voor een beter bestuurBstelsel. Hij stelde de volgende motiën voor:

„De Kamer, van oordeel, dat de belangen der Surinaamsche Gouvernementsambtenaren behooren te worden behartigd in overleg met de organisatie dier ambtenaren en dat voor de gouvernementswerklieden een behoorlijk scheidsgerecht moet worden ingesteld, noodigt de Regeering uit de hiertoe leidende maatregelen te. nemen", enz., en

„De Kamer, van oordeel, dat de bestuursregeling in de kolonie Suriname noodzakelijk aanvulling behoeft door uitbreiding van ledental en bevoegdheden der direct door de bevolking verkozen Koloniale Staten, noodigt de Regeering uit de hiertoe te ontwerpen bepalingen voor te stellen", enz.

De tweede motie werd ingetrokken, nadat de munster verklaard had, dat hij het kiesrecht wil trachten uit te breiden en de hoop op de daden van den nieuwen goeverneur waren gewekt. De eerste motie bleef gehandhaafd, en werd 11 Febr.^'21 met 42 tegen 22 stemmen aangenomen. Tegen deze billijke motie stemden nog de katholieken Nolens, Kolkman, Deckera, vC Dijk, Haazevoet, Stulemeijer, v. Vuuren, Sasse v. IJsselt, Wintermans en Kooien; de anti-revolutionairen o® Smeenk na, en de christ.-historischen, met Bakker inkluis (bladz. 1440).

KATHOLIEKE STAATSPARTIJ.

In het Program, waarmede de R. K. Staatspartij de verkiezingen van 1918 inging, is weinig specifiek christelijks te vinden. Heel nuchter vangt het in art. 1 aan met Buitenlandsche zaken. Het wil meer openbaarheid inzake het buitenlandsch beleid, geen geheime verdragen, internat, geschillen beslecht door

Sluiten