Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

247

SAMENWERKING MET DE S. D. A. P.?

I Christelijke partijen worde bestendigd en verklaart zich beslist tegen het samengaan met de Sociaal-Democratische Partij.

Het Doorluchtig Episcopaat richt dit schrijven tot uwen Bond, omdat het meent, hier en daar andere stroomingen te hebben waargenomen .

Nu, achteraf gezien, blijkt, dat een zoodanig samengestelde regeering een 6000-tal jongelieden van den mil. dienst zou hebben vrijgesteld. Voorts had men de Arbeidswet en de woningwetten loyaal kunnen uitvoeren, terwijl ook de werkloozenzotg zeker beter ware aangevat en vastgehouden — al heeft natuurlijk iedere regeering te rekenen met de financiën,-<■'-■

Troelstra heeft op het kerstkóngres uitvoeriger over een dergelijke samenwerking gesproken en op het kongres is het denkbeeld niet bestreden. Natuurlijk zal geen poliükus begeerig afin naar mederegeeren onder de tegenwoordige moeilijke omstandigheden. Van een zich opdringen is dan ook in de verste verte ' geen sprake, de aangenomen motie zegt alleen:

„Het Kongres,

ten opzichte van eventueele deelneming aan de Regeering verwijzende naar de daaromtrent in het verkiezingsprogram voor 1918 gestelde voorwaarden,

besluit, indien omstandigheden dit vraagstuk te eeniger tijd urgent mochten maken, [ de beslissing hieromtrent in handen te leggen van een buitengewoon kongres der Partij, nadat aan de vakbeweging de gelegenheids»! overleg daaromtrent is gegeven".

De onderstreepte woorden duiden aan, wat bedoeld wordt' Stellig zal dan de Roomsch-Kath. Staatspartij in hoofdzaak moeten steunen op de georganiseerde kath. arbeiders en de vakorganisaties in dien kring zullen ook gehoord moeten worden. Er is onzerzijds als politieke partij niet de minste f haast; de demokratische katholieke arbeiders moeten zelf weten [ of zij in eigen koalitie-vet willen smoren of met de arbeiders van alle andere schakeeringen de Ned. politiek willen terfris[ schen. Zeker is, dat dan ook de hetze moet ophouden, die nog I voortdurend in het Zuiden vanwege de geestelijkheid tegen de S. D. A. P. wordt gevoerd, in zaalafdrijving én derg. Wat in f Duitschland kan, kan ook hier, doch uit de kath. kringen zelve « moet de aandrang ertoe komen. De S. D. A. P. staat slechts het arbeidersbelang voor, regeerzucht is haar vreemd.

De kath. bladen weigeren nu schijnbaar verontwaardigd een samengaan met de sociaaldemokraten, doch vele arbeiders den§ ken er anders over. De Maasbode schreef daarover dezen I zomer (zie Het Volk van 6 Juli 1921):

„Het feit alleen, dat katholieken de oude stellingen hebban | verlaten en, in hoe zwakken en vagen vorm ook, toenadering I wenschen en. zoeken tot de S. D. A. P., is een nederlaag voor I ons, is een overwinning voor de S. D. A. P„ omdat wij streef-

Sluiten