Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KINDERRECHTERS

256

ment te ontleenen tegen de toelating der vrouw tot de rechterlijke macht, zou dus min of meer ingaan tegen hetgeen de ervaring schijnt te leeren, en zoodoende zou de Hooge Raad dus juist het terrein betreden dat voor hem gesloten moet blijven." ttSfc^-ia

Vond de idee van de instelling van den kinderrechter vrij algemeen instemming, van' klerikale zijde werd toch verzet geboden tegen de toelating der vrouw. Mr. Dresselhuys stelde 20 Mei 1921, toen het ontwerp in openbare behandeling kwam, een amendement voor, om in te voegen in art. 50 der wet op de Rechterl. Org.:

„Indien eene vrouw wordt aangewezen als plaatsvervangend lid eener zoodanige kamer, kan bij die aanwijzing worden bepaald, dat zij enkel zal optreden ter vervanging van den kinderrechter'in aangelegenheden betreffende meisjes en jeugdige mannelijke kinderen."

Hiertegen ontstond tweeerlei verzet, lo. van klerikale, antifeministische zijde, waar men de vrouw buiten zulk werk wil houden, en 2o. van de zijde van hen die betoogden, dat de wet de vrouw volstrekt niet uitsluit en dat ze dus door aanneming van dit amendement van de vorige rechterlijke functies zou worden uitgesloten. De voorstanders stelden zich op het nuchtere standpunt, dat de vrouw nu eenmaal praktisch uitgesloten i s en dat zij hier mooi een terrein alvast kan veroveren. Het amendement kwam 24 Mei gewijzigd in stemming, aldus luidende: $

„Eene vrouw kan worden aangewezen als plaatsvervangend lid van zoodanige kamers, met bepaling, dat zij enkel zal optreden ter vervanging van den kinderrechter in aangelegenheden betreffende meisjes en jeugdige mannelijke kinderen".

Het werd door een onzuivere stemming verworpen met 42 tegen 31 stemmen. Voor waren alle sociaaldemokraten, op Troelstra na; alle vrijheidsbonders; de katholieken v. Schaik, Kuiper en Kooien; de christ.-hist. Snoeck Henkemans en de anti-rev. Smeenk. Tegen de vrijz.-demokraten, Troelstra, de kommunisten, de christ.hist. op Snoeck H. na, de katholieken Bomans, Engels, Wintermans, Deckers, Haazevoet, Bongaerts, v. d. Bilt, v. Wijnbergen, Nolens, Bulten, Fruytier, Swane, Kolkman, de Wijkerslooth, Sasse v. Ysselt, v. Dijk, v. Vuuren, Arts en Fleskens; en alle anti-revolutionairen behalve Smeenk (bladz. 2531). Men kan gerustelijk aannemen, dat deze klerikalen allen tegenstemden uit principiëele overwegingen. Intusschen mislukte de toeleg om de vrouw tot kinderrechter te doen benoemen. Bij de behandeling der Grondwet is later aangenomen, dat alle vrouwen voor de daarin genoemde functiën evenals de man benoembaar zijn.

Het ontwerp, dat nog vele aanvullende bepalingen bevatte, werd 24 Mei 1921 zónder hoofdei, stemming aangenomen (bladz. 2536). De Eerste Kamer nam het op 1 Juk 1921, even'-

Sluiten