Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KOALITIE-ARBEIDERS

258

woord betreffende de anti-semieten, de verkondiger van het socialisme van de dommen kunnen betitelen. Een stupied strijder tegen hooge traktementen ën ambtenaren en voorts tegen alles wat naar vooruitgang zweemt. — A. P. Staalman en v. d. Laar stemmen meer dan eens vooruitstrevend, vooral de laatste. Maar welk een kracht gaat er uit van zulke eenlingen? Zij loopen eigenlijk iedereen voor de voeten. — Kolthek zoekt meer en meer zijn heul in beschimping der S.D.A.P. Weggezakt van de kommunistische fractie, weet hij geen anderen weg met zijn figuur dan de sociaaldemokraten te lasteren. Hij is erger dan nutteloos in de Kamer en de komm. fraktie maakt bij hem vergeleken een frisch figuur, ofschoon het K. niet geheel aan flair en gezond verstand ontbreekt. Het verkiezingsprogram van de S.P. is niet de vermelding waard. Niet wegens hetgeen er in staat, maar om de onbeduidendheid der partij, die het aanvaardde. Hetzelfde geldt eigenlijk voor partijen als de Christelijke Volkspartij, de Hervormde (gereformeerde) Staatspartij en hoe zij meer heeten mogen. De eerstgenoemde partij is ons sympathiek: orthodox-christelijk en toch de S. D. A. P. gezind. Wat geeft zij echter voor de machtsvorming van het proletariaat? In onze gelederen is plaats ook voor hen!

Moge de nieuwe Kieswet vele dezer dwerg partij en opruimen. De politieke atmosfeer zal er door verbeteren!

KOALITIE-ARBEIDERS.

Geen droeviger positie dan die van den „koalitie-arberder", n.1. van hem, die met zijn partij is vastgeklonken aan de „christelijke" regeeringskoalitie en zich als strijdend arbeider niet kan uitleven. De afgevaardigden moeten zeer dikwijls, om hun wankele regeering j» «paren, tegen hun arbeiders-overtuiging in stemmen, terwijl zij, als ze vrij waren, toch met de arbeiderspartij zouden inoeten meegaan. In de christelijke partijen moeten zij, bij de vaststelling der politieke programma's en gedragslijnen, zich verstaan met menschen, die voor den arbeider weinig gevoelen, reactionair gezind zijn, het geld wegwerpen aan militarisme, op de schatkist willen gaan zitten als het er op aankomt de arbeidersnooden te lenigen en van medezeggenschap, socialisatie enz., kortom van bestrijding van het kapitalistisch stelsel niet willen weten! Troelstra sprak 19 Dec. 1921 over dit onderwerp bij de alg. begrootingsdebatten en stelde de vraag, „wat de houding geweest is van die elementen ter rechterzijde, waarvan de arbeidersklasse in Nederland recht had te verwachten, dat zij in menig opzicht met de sociaaldemocratisch eischen zouden zijn medegegaan, eischen, die gewoonlijk steunden op resoluties van de vakbeweging, ook van de Christelijke en Katholieke vakvereenigingen."

„Ik denk hier aan de motie-Ossendorp, gevolgd door de

Sluiten