Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KOALITIE-ARBEIDERS

260

Wat de militaire lasten betreft, hebben zij na een korte opflikkering van den een of ander, die gauw weer onder „de Katholieke eenheid" is schuil gegaan, niets gedaan om ons te steunen in den strijd tegen de militaire voorstellen van deze Regeering.

Zelfs hun eigen eischen hebben zij niét willen steunen, wanneer die van onze zijde in moties waren belichaamd. Zoo hebben zij gestemd op 3 Juni 1921 tegen de motie-van der Waerden, waarin een wezenlijke medezeggenschap ' van beteekenis voor het spoorwegpersoneel werd geëischt. Zoo ook na de behandeling van art. 191bis der Grondwet, dat eenvoudig was, zooals ik het in een van de katholieke bladen betiteld zag: een potje, waarin een en ander kan worden gegooid, of niet kan worden gegooid, waarbij wij voor de medezeggenschap der arbeiders en voor de rechten der verbruikers een bepaling in de Grondwet willen doen opnemen. Ook toen hebben die elementen tegenover ons gestaan en tegen gestemd. (Bladz. 1163).

De lezer zal in de verschillende hoofdstukken deze rubriek zelf grondig kunnen aanvullen! Op te vertrouwen was er nooit, stemden eens een paar* hunner voor een vooruitstrevend voorst el.dan stelden anderen weer teleur. Wat mèt het christendom is te doen, leert ons de houding van dr v. d. Laar; als het niet vastzit aan de koalitie-politiek.

Verzet buiten de Kamer. — Dat buiten de Kamer dit door massa's godsdienstige arbeiders wordt gevoeld, is duidelijk genoeg. Zoo werd in Het Volk van 7 Mei 1921 melding gemaakt van een brief van een gereformeerden Zuidholl. arbeider, die een vergadering met een sociaaldem. spreker had bijgewoond en aan een sociaaldemokratisch Kamerlid zijn hart uitstortte over hetgeen bij hem leeft.

De schrijver begon met te zeggen, dat hij van huis uit gereformeerd is, en dus zich, naar zijn geloofsgenooten verwachten, bij de Anti-revolutionaire partij zou moeten aansluiten. „Evenwel, dat kan ik volgens mijn geweten niet doen", zegt hij. Hij kan niet slikken, wat hem dan zou worden gedekreteerd. Hij had eenige anti-revolutionairen verzocht om met hem mee te gaan om te debatteeren. Zij hadden het echter geweigerd, en hij toornt daarover. Maar hij wordt pas belangrijk als hij begint over zijn eigen strijd en leven.

„Aan aktueele politiek deed ik niet", schrijft hij. „Mijn vrouw er mede op de hoogte houden, geen denken aan. Maar de t ij den zijn veranderd, de nood dringt en d w i ngt tot andere maatregelen. Ik spreek nu met haar over de behoeften des levens, over de zorg van den Staat voor ons, zijn onderdanen, om op de meest roekelooze manier geld weg te smijten; over de huichelachtige wijze, waarop zij geregeerd worden — hoe dat alles anders moet worden".

Sluiten