Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

261

VERZET BUITEN DE KAMER

En dan weidt hij uit over „het militaristische monster, dat den kop verpletterd moet worden". En als hij gewezen heeft op de verwerping van de voorstellen omtrent de heffing in ééns van de rijken om de schulden van de krisis te betalen, signaleert hij dit als mammondienst en komt hij met een maanwoord aan de S. D. A. P. Hij voorziet, dat de verkiezingen verkeerd zullen uitloopen voor de christelijke partijen. „Er leeft meer in ons volk, dan er in de Tweede Kamer tot uiting komt".

En als betwijfeld wordt of die brief wel echt is, dan schrijft hij 12 Juni naar De Standaard, dat het geval ernstig is.

„Geachte Redactie, tot mijn spijt moet ik erkennen, dat het geval zeer ernstig is. Beluister slechts de gesprekken in de fabriek en werkplaats en ge kunt getuige zijn van de groote ontevredenheid, die heerscht in christelijke arbeiderskringen omtrent de houding van de A.-R., C.-H. en R. K. afgevaardigden van de Kamers, steeds een omhoog jagen van onze defensie, geen spoor merkbaar tot verlichting van de lasten, die welhaast te zwaar zijn om te dragen. En als dan een voorstel komt van den kant der S. D. om een heffing in eens ter delging van de crisisschuld, een onverbiddelijk tegenstemmen. Meerdere gevallen zijn aan te halen, doch genoeg hierover. Binnenkort komt de afrekening, en vóór de verkiezingen 1922 wordt de balans opgemaakt".

Zóó schreef de arbeider G. Drevel, te Midwolda, in Groningen, in de Nieuwe Winschoter Ct. (overgenomen in Het Volksblad van 17 Dec. 1921} over den invloed der arbeiders in de anti-rev. Kiesvereeniging o.a.:

„Ook de arbeider heeft recht van meespreken. Wordt hem dat onthouden dan zal zich dit te eeniger tijd wreken.

In het concept program van actie van de A.-R. Partij wordt inzake het sociale vraagstuk niet gerept van een wettelijke regeling van den arbeidsduur in den landbouw, en bescherming van vrouwen en kinderen. Zeer zeker is dit opzettelijk weggelaten, en is reeds in kiesvereenigingen dit punt aan de orde geweest, maar het kon geen genade vinden, het werd verworpen.

De groote oorzaak hiervan is, dat de arbeiders zelf niet op hun post zijn. Lid zijnde, blijft men thuis, in plaats van daar te komen, waar zij moeten spreken, om mede te beslissen in die zaken die voor hen van zoo groote beteekenis zijn.

Ik vraag mij wel eens af, wanneer men het zwakke niet wil beschermen, is dat wel A.-R. Of volgt men hier de leer van Adam Smidt: het laat maar waaien systeem".

En in De Nederlander van de christ.-hist. partij schreef in die dagen de hr. De Weerd uit Klazienaveen (Drente):

„Maar gaat onze christelijke regeering achter Christus? En is de weg, die nu wordt bewandeld, de weg naar een betere toekomst? Onze menschen lijden gebrek, tenminste in een massa [gezinnen. Er is geen geld voor werk en 80 pCt. willen zoo graag

Sluiten