Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

265

KUNST EN KUNSTENAARS

wees aan, dat de aftr, minister Posthuma hem nog had attent gemaakt op dezen postl

9 Febr. '21 werd de zaak in de Kamer hervat. De kommissie uit de Kamer had de zaak onderzocht en Sannes had het advies medegeteekend: het wetsontwerp moet aangenomen en de gelden moeten betaald worden. Sannes laakte echter de houding van den minister, die toeliet, dat 14 Sept, '18 de onereuse (bezwarende) kontrakten werden aangegaan. De minister had nog alle drukte met de Kamer kunnen voorkomen, door dadelijk aan de Kamer royaal alles te hebben verklaard. Instede daarvan draaide hij er om heen. Sannes en Teenstra stelden de volgende motie voor:

„De Kamer, het beleid van den Minister in zake de bereiding van veevoeder uit afvalproducten, alsmede de wijze, waarop hij de Kamer in zake dit beleid heeft ingelicht, niet kunnende goedkeuren", enz.

De motie — bestreden door de kerkelijken, die de houding van den minister verklaarbaar achtten — werd 10 Febr. '21 verworpen met 42 tegen 23 stemmen. Vóór de sociaaldemokraten, kommunisten en de vrijz.-demokraten, Braat en de liberalen Visser v. IJzendoorn, Ter Hall, Rink en Otto (bladz. 1424). Het ontwerp zelf werd daarna zonder hoofdei, stemming aangenomen.

Ten aanzien der groenten deed zich het verschijnsel voor. dat de regeering en de kweekers bleven zitten met duizenden vaten boonen en zuurkool, die na den wapenstilstand niet meer gegeten werden en die wegens den valutastand naar Midden-Europa niet meer konden worden uitgevoerd. De sociaaldemokraten hebben medegewerkt om den minister te bewegen, de arme boonenkweekers wat tegemoet te komen. Veel is er evenwel niet van terecht gekomen.

Zoo zijn er nog histories met de vet-, de graan- en andere voorzieningen. Het is nutteloos, deze hier alle te bespreken. Dit is zeker, dat onder de heerschappij der partikuliere productie, onder het beheer der z.g. zakenmenschen en ambtenaren, de voedsel- en kleedingvoorziening slecht te regelen was. Het was geen wonder als men bedenkt, in hoe moeilijke omstandigheden Nederland verkeerde. De flaters, die zijn begaan, zijn begaan door de burgerlijke zakenlieden en regeerders. Het is zeldzaam brutaal, zooals soms geschiedt, het socialisme ervan te willen beschuldigen. Het was staatskapitalisme onder burgerlijk regime, met de winzucht der kapitalisten als verderfelijke faktor.

KUNST EN KUNSTENAARS.

Bij de behandeling van de Gemeentewet bleek reeds, dat de sociaaldemokraten zooveel mogelijk de kunst willen beschermen. Dat blijkt bovendien uit de subsidiën voor de instandhou-

Sluiten