Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LANDBOUW EN LANDBOUWERS

268

heid in het belang van het volk. Laat men dien steun geven gul en gretig, laat men hem geven stelselmatig en in ruil voor waarborgen, die aan het leven van den kunstenaar en de vrije ontwikkeling van de kunst ten goede komen, en laat men dien steun geven met aller medewerking, zonder sectarisme, in onderlinge samenwerking...."

Nood der kunstenaars. — Door de malaise in den ekonomischen toestand lijden ook artisten als schrijvers, beeldhouwers en schilders zeer. Vereenigingen van artisten verzochten dringend om steun.

Mr. v. Beresteijn heeft bij de behandeling van de Staatsbegrooting voor 1922 een Nota gevoegd, met aandrang om in dien nood tegemoet te komen. Ook van sociaaldem. zijde is de bedoeling dezer Nota gesteund. Mr. v. B. stelde een motie voor, om de regeering te verzoeken, ƒ 50.000 voor noodlijdende kunstenaars beschikbaar te stellen. Troelstra steunde 19 Dec. '21 deze motie. Hij sprak het volgende:

„Speciaal meen ik er op te moeten wijzen, in dezen tijd, nu het voor de kunst, die helaas nog steeds veel te veel een weeldezaak is, steeds moeilijker wordt, dat Nederland een naam heeft op te houden op het gebied- van de schilderkunst, en dat, om dit groote ideëele belang te dienen, ook voor stoffelijke offers niet moet worden teruggedeinsd. Niet alleen zal, wil men in dezen geest handelen, de noodige steun moeten worden gegeven, maar ook dienen de Staat en, ondanks de moeilijke financieele omstandigheden, ook andere publieke lichamen te bedenken, dat door het geven van opdrachten aan kunstenaars op de beste wijze in den oogenblikkelijken nood en tevens in meer duurzame belangen van ons volk kan worden voorzien";

De regeering was in haar antwoord op de Nota maar zoozoo, doch toen het bepaalde bedrag uit de motie was gelicht en vervangen door de uitnoodiging aan de regeering om haar biz. aandacht aan het lot der kunstenaars te wijden, zei minister Ruys 22 Dec. 1921, dat hij overwegen wil, of de werkloosheidsregeling is uit te breiden tot noodlijdende kunstenaars. De minister deed nog enkele andere toezeggingen, inzake werkverruiming aan kunstenaars. De motie werd daarna i ngetrokken, omdat volgens min. v. Ber. meer was toegezegd dan gevraagd (bladz. 1318).

LANDBOUW EN LANDBOUWERS.

Ons verkiezingsprogram (zie aldaar) toont afdoende aan, dat de S. D. A. P. ook voor de kleinere en de huurboeren de positie wil verbeteren. Dat dit pogen niet dateert van de Kerstdagen 1921, bij de komst der verkiezingen, wordt bewezen door hetgeen in de afgeloopen kwarteeuw voor de landbouwers is gevraagd en voorgesteld. Zoo verdedigde Helsdingen in 1902 voor de sociaaldem. fraktie een motie tot wijziging der Jacht-

Sluiten