Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

275

wUjDSChadb

zoek ingesteld naar de schade, die het wild aanricht. En uit net- lijvige rapport, dat de resultaten van het onderzoek bevat en dat enkele maanden geleden het licht heeft gezien, blijkt, welke verwoestingen in het landbouwbedrijf worden aangericht. Het rapport is een lange en bittere aanklacht tegen hen, die steeds ter wille van het jachtvermaak van een aantal grootè hanzen hebben gezorgd voor een „matigen wildstand".

Het rapport is bij lange na niet volledig, want tal van boeren bleken geen inlichtingen te durven geven, uit vrees, dat dit bloote felf alleen reeds voldoende zou zijn voor den landheer om hen van de hofstede te verwijderen. Niettemin bevat het rapport een schat van gegevens. Enkele voorbeelden:

„Uit Walcheren wordt gemeld, dat alle bruine boonen van een perceel door hazen werden afgevreten. Toen werd kool geplant, maar deze werd eveneens vernield. Hier gingen dus twee gewassen verloren".

„Fazanten kunnen in sommige gemeenten van dat eiland (Zuid-Beveland) wel een vijfde tot een derde van de opbrengst van erwten vernielen".

Uit het land van Rockanje:

„Zoo bleef bij een tuinder van 200 bloemkoolen er maar één over, de andere waren door konijnen opgevreten. Zoo ook werden 8 HA. haver door konijnen geheel vernield. Men heeft er toen een paardenwei van gemaakt, die nauwelijks voor twee paarden voedsel bood. Algemeen hebben huurders van tuintjes in de duinen weinig moeite hun winterkool te oogsten. Dit geschiedt door de konijnen".

Uit Overijsel:

In Delden b.v. is de schade zóó erg, dat vele gewassen eenvoudig niet kunnen worden verbouwd. „In 1917-18 — zegt het rapport — is voor den verbouw van bruine boonen veel graanland gescheurd. In verscheiden gevallen bleek, dat de oogst totaal vernield was door het wild".

Uit de gemeente Diepenveen wordt gemeld:

„De boerderij Oostermeer bracht vroeger ƒ 800 op, nu ƒ 200, terwijl de eigenaar nog een deel van den kunstmest vergoed. In 1916 bij een inspektietocht bleek den Rijkslandbouwleeraar, dat er geen hooi geoogst werd; op de zoogenaamde weilanden kwam geen gras voor en 's avonds waren er konijnen bij honderden.

In de gemeente Dalfsen, zoo meldt het rapport, heeft men boerderijtjes, die door den wildstand onverhuurbaar waren, eenvoudig afgebroken.

De „christelijke" regeering laat dit alles in hoofdzaak bestaan. Het middeneeuwsche jachtrecht blijft in wezen en den boer worden de vruchten van zijn arbeid opgevreten door het wild. Prins Hendrik en de heer Kröller zorgen bovendien voor den„invoer en de teelt van wilde zwijnen, die nu en dan ontvluchten en verwoestingen aanrichten!

Sluiten