Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEGER EN VLOOT

278

tegen iedere aanranding tot het uiterste te verdedigen. Dit belet niet, dat getracht zal worden de lasten der mobilisatie, zonder vermindering der weermacht, te verlichten."

Wegens de dreigende houding van België werd de interpellatie eenigen tijd uitgesteld. Inmiddels gingen de gebeurtenissen als een wervelwind voorbij en naderden wij den wapenstilstand. 5 November hadden de interpellaties van Kruyt, Troelstra, K. ter Laan en D. v. Twist betreffende het leger plaats. De toestand in het Ned. leger was steeds meer kritiek geworden, wegens het verzet der soldaten tegen de ondervonden behandeling en den afkeer tegen de mobilisatie zelve. De relletjes in den Harskamp hadden 26 Oktober plaats gehad. K. ter Laan klaagde dien dag in zijn rede over de behandeling, in den .Harskamp en elders den militairen aangedaan en bovenal over het beleid van den opperbevelhebber gen. Snijders. Ter Laan diende 6 November de volgende motie in (bladz. 272);

„De Kamer, van oordeel, dat de geest van het leger zeer ernstig schade lijdt ten gevolge van de langdurige mobilisatie,

van oordeel, dat de buitenlandsche toestanden niet eischen, dat het leger op de tegenwoordige sterkte gehandhaafd blijft,

integendeel van gevoelen, dat het voor de neutraliteit des lands voldoende is wanneer alleen de twee jongste lichtingen zich onder de wapenen bevinden naast degenen, die vrijwillig in dienst blijven,

noodigt de regeering uit, overigens tot demobilisatie over te gaan".

Ook de heer Kruyt, kommunist, voerde het woord.

De voorzitter zei na. indiening der motie-ter Laan, dat de heer Kruyt hem had medegedeeld, dat deze „vergeten had" een motie in te dienen. Thans deed hij nog zulks en deze motie luidde:

„De Kamer, van oordeel dat volledige demobilisatie van leger en vloot onmiddellijk noodzakelijk is", enz.

6 November was echter dit laatste nog onmogelijk. De vluchtelingen van het Duitsche leger trokken door ons land, er moesten nog wat militairen blijven om als politie de orde te handhaven. Bovendien moest voor de gedemobiliseerden en hun gezinnen worden gezorgd, daar er nu zelfs 16,000 vrijwilligers onder de wapenen waren, uit gebrek aan werk. 12 November — in die 6 dagen gebeurde ontzaglijk veel — diende daarom, ter vervanging van zijn vorige motie, ter Laan de volgende in:

„De Kamer, van oordeel dat sedert het sluiten van den wapenstilstand volledige demobilisatie mogelijk en dus noodzakelijk is,

verlangt van de regeering:

lo. de lichtingen ten spoedigste naar de haardsteden terug te zenden, de dienstweigeraars niet uitgesloten;

2o. de militaire vergoedingen afdoende te regelen voor ieder

Sluiten