Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

281

DB LEGERPOLITIEK VAN HET KABINET BUVB

wereld-oorlog. Wel kwam er een tijd, waarin het scheen dat de regeering het kontingent belangrijk wilde verminderen; doch het volgende overzicht zal leeren, dat deze tijd bitter kort heeft geduurd. Wel zei de min. v. oorlog von Geusau 6 Nov. 1918 woordelijk!1 >

„Ik verzoek de Kamer thans genoegen te willen nemen met mijn verklaring, dat ik een reorganisatie van leger en officierskorps in modernen zin zal ter hand nemen. Dat ik, gebruik makende van de mij gegeven wenken en aanwijzingen, de meest mogelijke waarborgen zal trachten te scheppen, dat aan onze soldaten die behandeling ten deel valle, waarop zij onbetwistbaar recht hebben" (bladz. 26).

Doch ook daarvan is niet zoo veel gekomen, ofschoon hier en daar een eenigszins humaner behandeling merkbaar is. Het stelsel zelf deugt niet.

• Het ging intusschen allereerst om de vermindering der bewapening en de beperking der militaire uitgaven (over Ontwapening zie nader). Ook onder de katholieken was een strooming om het oorlogsbudget te verlagen. Dit kwam tot uiting in de bekende

Motie-Bomans, ingediend 13 Februari 1919, mede namens de heeren van Schaik, Wintermans, Deckers, Fleskens, Poels, van de Bilt, van Rijzewijk en Bulten, en luidende:

„De Kamer, van oordeel, dat reeds thans met de reorganisatie onzer weermacht te land de uitgaven voor hoofdstuk VIII belangrijk kunnen verminderd worden,

noodigt de Regeering uit de daartoe strekkende maatregelen in overweging te willen nemen,

en gaat over tot de orde van den dag". (Bladz. 1384).

(Ten aanzien van de vloot had de heer Bomans 11 Februari een andere motie ingediend, doch den 13den weer ingetrokken, waarop teruggekomen wordt, als over de vloot wordt gehandeld).

Deze motie-Bomans werd 28 Febr. 1919 aangenomen met 43 tegen 35 stemmen (bladz. 1676). Voor de motie stemden echter slechts 9 katholieken, n.1. v. Rijzewijk, v. Schaik, Bulten, v. d. Bilt, Haazevoet, Engels, Wintermans, Bomans en Kuiper. 14, n.1. dr. Nolens, Kolkman, v. Wijnbergen, Reymer, Fleskens, v. Vuuren, v. Dijk, Arts, Swane, de Wijkerslooth-, Deckers (die haar zelf mede had voorgesteld!), Kooien, Bongaerts en v, Rijckevorsel stemden tegen! Dr. Nolens had dit tegenstemmen gemotiveerd met de verklaring, dat de motie gevaarlijk was, daar er een konflikt met den minister door zou kunnen komen, en voorts overbodig. Overigens stemden voor de motie de sociaaldemokraten, de vrijz.-demokraten, de aanwezige vrijheidsbonders op Dresselhuys en Visser v. IJzendoorn na, en dr. v. d. Laar, A. P. Staalman en Wijk. De kommunisten en de S. P.-er stemden met alle anti-revolutionairen

Sluiten