Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEGER EN VLOOT

284

Zóó. het laten vervallen van art. lObis voor verblijfkosten militaire attaché's a ƒ 10.500 op 18 Dec. '19. Vele dier voorstellen haalden ook de stemmen van kerkelijken. Art. lObis der oorlogsbegrooting werd dan ook Verworpen met 37 tegen 33 stemmen. Voor behoud van het artikel stemden alleen kerkelijken, tegen echter ook een aantal katholieken en alle leden links, met A. P. Staalman. De r.-k. tegenstemmers waren weer Bomans, Kuiper, Haazevoet, v. d. Bilt en Bulten. De anti-revolutionairen''Stemden echter allen voor, en met hen katholieken als Henri Hermans, Kooien, Arts, Fruytier, Loeff) Swane, Juten, v. Schaik, Engels, Kolkman, Deckers, Fleskens, Wintermans, Bongaerts, v. Wijnbergen, Poels en Reijmer (bladz. 1044).

Zoo werden nog een aantal voorstellen, in amendement- of anderen vorm, aangenomen, B.v, een amendement om ƒ 1.820.000 te bezuinigen op munitie- en artillerie-materiaal. Dit amendement werd, na staking Van stemmen op 18 December '19, 22 December aangenomen met 45 tegen 41 stemmen, links tegen recht*, doch met behulp van den christ.-historischen mr. de Geer en v. d. Laar (bladz. 1132). Het begrootingsontwerp werd daarop 22 Dec. aangenomen met 56 tegen 31 stemmen, rechts tegen links, met behulp echter van de vrijheidsbcnders. Het was toen evenwel te laat om den min, v. oorlog te redden. Hij stond op en verklaarde, dat feitelijk de onaannemelijk verklaarde motie-Marchant was aangenomen geworden, en dat hij zijn ontslag aan de koningin zou aanbieden (bladz. 1133). 2 Januari 1919 werd Zijn verzoek om ontslag ingewilligd, tegelijk met dat van min. H. Bijleveld Jr. als minister van marine (zie onder Vlootpolitiek).

Diensttijd en kontingent. — Er kwam meer en meer een sterke strooming om den diensttijd te verkorten en het kontingent te verminderen. Beide kon met de bestaande Militiewet, daar deze telkens spreekt van „ten hoogste", zoowel in art. 4 betreffende de 23.000 man van elke lichting, als art. 78, ten aanzien van het kontingent. De „geleerden" van het Dep. v. Oorlog lazen deze woorden echter als „nagenoeg" of zooiets! Daar de duur van 8 a 12 maanden vrij algemeen te lang werd bevonden, nu in den wereldoorlog sommige landen in eenige weken de troepen hadden afgericht, kwam 10 Dec. 1919 een ontwerp in „tot tijdelijke afwijkingen van de Militiewet". Ten spoedigste zou er dan een nieuwe Militiewet komen. De duur voor de onbereden korpsen werd op ten hoogste 6 maanden gesteld, voor de kavallerie ten hoogste op 18 en voor de bereden artillerie Op ten hoogste 12 maanden. Dit was een verbetering, maar 4 maanden voor de infanterie was voldoende! K. ter Laan c.s. stelden dit voor (bladz. 1179). Minister de Visser, 23 Dec. '19 als minister ad interim het ontwerpje verdedigende, achtte hiervoor den tijd nog niet gekomen. Dit amendement werd dien dag verworpen met 39 tegen 24 stemmen. Vóór stemden de

Sluiten