Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

285

pop als minister van oorlog

.««UaWemokraten, de vrijzinnig-demokraten, de konununrtM. Ik?*, d. Laar en Braat (bladz. 1185). 2 Januari 1920 nam de Eerste Kamer het ontwerp reeds aan en 10 Januari werd het wetje vastgesteld (Stbl. 9).

^ 3 Sept, 1920 kwam wederom een wethui tot afwijking van &* Militiewet. Voor 1920 zouden volgens dat ontwerp de lichting bedragen 13.000 man, voor de zeemilitie WOO man. De Xnsttijd zou blijven als bij de vorige tijdelijk* *|wHking. (Tegelijk was een Landstorm-voorziening voorgesteld van minder ■Wang). 9 Dec, 1920 kwam dit ontwerp in openbare behandeling (bladz, 908).

Nu was in art. 2, 2e lid, door toedoen van de anfe-rev en «hrist-hist. kamergroepen er ingebracht, de bepalmg, dat de kontingents-beperking van lid 1 ver va len zou op 1 «ent 192Ï, indien alsdan niet de jaarbjksche lichting bij de wet zo» zijn geregeld. De w*»**"^^™*?** ™% tegen deze bepaling terstond en v. Zadelhoff, K. ter Laan en 9 anderen stelden voor om haar te doen vervallen. Er was geen reden om weer meer jongelui op te roepen, vooral met indien de wetgever treuzelde met de definitieve regeling der zaak. Maar natuurlijk werd het amendement verworpen, en wel 14 December, met 48 tegen 28 stemmen. Tegen stemde al wat kerkehjk was, behalve A. P. Staalman en dr. y. d Laar*,** vóór stemden, met de sociaaWemokraten, de vnjz.-demokraten en de kommunisten (bladz. ,1007). Ook mr. Bomans stemde tegen, waarop voor later te letten valt! , Amendementen-Oud c.s. om den diensttud tot 41/* maand voor onberedenen, tot 21/» voor voorgeoefenden en voor de havalerie tot 12 maanden terug te brengen, werden dienzelfden dag verworpen. Het eerste (41/, maand) tCg6^ .

stemmen, het tweede verviel toen en het derde (12 maanden) met 50 tegen 26 stemmen. Telkens waren de ^Jj.-demokrataa, de sociaaldemokraten, de kommunisten en A. P. Staalman en dr v d. Laar voor, de anderen tegen (bladz. 1010). Het ontw**P wérd terstond (14 Dec. '20) zender hootgeL stemming aangenomen. (Het Landstorm-wetje met 49 tegen 27 stemmen met ' de stemmen tegen van de voorstemmers van zooeven). De 1 Eerste Kamer nam het ontwerpje aan. De wet kwam 16 febr. • 1921 in het Staatsblad (No. 60).

Pop als minister van oorlog. — De heer W. F. Pop had intusf schen minister Alting von Geusau opgevolgd en was tevens min. v, marine ad interim geworden, in afwaobtiag van de ïnt stelling van een minister van d e f en s i e. Deze verdedigde reeds dit noodwetje en had in de Mem. y. Toelichting zijn denkbeelden neergelegd. Bij de algemeene beraadslaging \ ontspon zich daar ook een diskus*!* over de algemeene politiek I «nüake het militarisme, vooral die van de ontwapening der D. A. P. Wij komen daarop terug onder ander verband.

Sluiten