Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEGER EX VLOOT

290

eischte! De minister betwistte in zijn Nota v. Antwoord de hoogere kosten, door te rekenen op 14.750 minder „manmaanden (maanden dienst per man)", doch daartegenover staat de diensttijd der burgerkorveeërs. Al zal het ontwerp vooreerst een paar millioen minder per jaar kosten, in ieder geval gaan wij hiermede in het oude zog van het militarisme voort!

Hoe begeerig de rechterzijde was om de Dienstplichtwet aan dé orde te stellen bleek 2 Dec. 1921, toen voorgesteld werd om midden in de begrootingsdebatten, in een avondvergadering,dit ontwerp te behandelen, ofschoon de minister niet de Kamer voldoende had ingelicht. Het voorstel-Schaper tot uitstel werd met 45 tegen 38 stemmen, rechts tegen links, met v. d. Laar, verworpen.

In den avond van 8 December '21 kwam het ontwerp weer aan de orde. K. ter Laan oefende felle kritiek. Ook de Vrijheidsbonders verzetten- zich tegen het ontwerp, doch als de minister het kontingent wilde «tellen op 17.600 man en het ontwerp losmaken van de leger-organisatie die in uitzicht gesteld was, dan zouden de v.b.-ers nog eens zien. Dit gesjacher keurde ter Laan af. Hij sprak: „Als er een minister is, die zegt: ik heb 19.500 man noodig, zeg dan ja of neen, maar beknibbel hem niet op een kleine 2000 man. En wat een houding verder! De heer de Muralt heeft in Juni óók voor 15.000 man gestemd en biedt nu al 17.600!"

Den minister verweet ter Laan een misleidende voorstelling.

„Hij gaat uit van de wet-Colijn met haar lichting van 23.000 man, maar die lichting van 23.000 man is er de laatste jaren niet meer. De lichting is de laatste jaren 13.000 man, en al heet die wet tijdelijke afwijking van de Militiewet, zij is evengoed wet als de wet-Colijn, en beter, Want zijl is de laatste en! ddor de Kamer aangenomen met algemeene stemmen. Dat is dus de feitelijke toestand...."

Hij wees er op, dat de anti-rev. en christ.-hist. fractie er neb" ter zaten. „De zaak is ondershands aan de rechterzijde bekokstoofd", sprak ter L., „dit wetsontwerp gaat er door met de stemmen van de R.-Kath mede. De stemmen zijn: geteld in dien hoek. De laatste katholiek gaat mede. Die zelfde katholieken waren in Juni met 15.000 man tevreden. De 30 katholieken hebben op het oogenblik volkomen de macht in handen. Als zij toen, in Juni, hun stem hadden gegeven aan de 13.000 man, dan was daarvoor in de Kamer toen ook een meerderheid geweest; dan hadden er geen 15.000 behoeven te zijn. En nog vandaag,, als de katholieken zeggen tot den minister van oorlog: u krijgt niet meer dan 13.000 man, zooals wij in de laatste twee jaar hebben gehad, dan is daar dadelijk in de Kamer een meerderheid voos". Ook weten we niet genoeg van de kosten, d „De belastingen zijn verschrikkelijk hoog, de begrooting voor 1922 «luit niet, tientallen millioenen zijn te kort. Aan nieuwe

Sluiten