Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

295

VERSCHILLENDE ZAKEN

— MILITAIRE POLITIE

goedingen is herhaaldelijk om deugdelijke toepassing gevraagd. Zóó 4 Maart 1919 door Zadelhoff en Rugge. De eerste gaf verschillende staaltjes van verwaarloozing en ellende in de gezinnen (bladz. 1695). De minister beloofde betere maatregelen, maar het bleef steeds sukkelen.

Omtrent de betaling en andere behandeling van manschappen van Land- (en -Zeemacht) niet boven den rang van onderofficier interpelleerde K. ter Laan 14 Oktober 1919. Hugenholtz sprak voor de marine. Een motie ten gunste van zekere uitkeering, werd 15 Oktober verworpen, met alleen de stemmen der sociaaldemokraten en v. d. Laar vóór. Tegen stemden met alle anderen de kommunisten (bladz. 103).

Rugge brak 16 Dec. 1920 een lans voor e>en beteren rechtstoestand der militairen. (Zie ook onder Militair Straten Tuchtrecht). K, ter Laan brak ook meermalen een lans voor de huwelijks-vrijheid der militairen.

Militaire politie. — Een nieuw voorwendsel om de militaire macht te versterken is de instelling of eigenlijk de uitbreiding der militaire politie. De maréchaussee is reeds niets anders, want zij ressorteert zoowel onder „Oorlog" als onder „Justitie", is militair gedrild en wordt ook uit het leger gerekruteerd. Ook is er reeds de militaire grenspolitie. Thans, in 1921, verraste ons de legerbegrooting voor 1922 met een voorstel om een korps Pclitietroepen in te richten voor politie-diensten „b ij het leger" als: „het bewaken van personen, voorwerpen en plaatsen, voor zoover daarbij een militair belang betrokken is;

het handhaven van de orde in blijvende of tijdelijke garnizoenen, legerplaatsen of kampementen, bij militie- of keuringsraden, bij militaire oefeningen, enz.;

het overbrengen van militairen, die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd;

het doen van dag- en nachtrondes ten dienste van militaire belangen;

het beteekenen van dagvaardingen en andere gerechtelijke stukken in militaire strafzaken;

het voorkomen en tegengaan van strafbare feiten van militairen en van krijÈstuchtelijke vergrijpen". (M. v. Toel.)

Het onderscheid tusschen de marechaussee en de politietroepen zou hierin bestaan, dat eerstbedoeld wapen een op militaire leest geschoeid onderdeel van de Rijkspolitie is, welks hoofdtaak is het verrichten van Rijkspolitiedienst; de politietioepen daarentegen zouden een te allen tijde beschikbaar goed geoefend en geschoold korps militairen, welke normaal hun taak in het leger vinden, en bij uitzondering tot tijdelijke aanvulling van plaatselijk onvoldoend sterke Rijkspolitie zouden worden gebezigd.

De normale sterkte van het korps politietroepen zou bedragen pl.m. 20 officieren en pl.m. 700 onderofficieren en minderen.

Sluiten