Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

299

GEDEMOBILISEERDEN

Rijzewijk, Snoeck Henkemans, v. Wijnbergen, Deckers^Nolens en alle anti-revolutionairen op Smeenk en D. v. Twist na (bladz. 1675). Punten 2 en 3 gingen er zonder hoofdei, stemming door, -en punt 4 werd aangenomen met 71 tegen 7 stemmen, die van de kedtelijken Nolens, Bongaerts, Beumer, Kolkman, Lohman, ver Loren en v. Vuuren (bladz. 1676).

De vraag was nu echter, wat er zou gebeuren voor deze slachtoffers en hoe spoedig. Van soc.-dem. zijde werd op de zaak teruggekomen. Zóó ter gelegenheid van de behandeling eener kredietwet voor het Dep. v. Oorlog op 29 Juni 1920. Het had intusschen klachten over uitblijven van hulp geregend. K. ter Laan verweet toen minister Pop het afwijzen van gerechtvaardigde aanvragen (bladz. 2901). Bij die gelegenheid stelde de christ.-dem. Staalman met 4 andere kerkelijken een motie voor, luidende als volgt:

„De Kamer, van oordeel, dat ten laste van het Rijk aan personen in militairen dienst, die sinds Augustus 1914 en gedurenr de of ten gevolge van den mobilisatietoestand in den dienst zijn afgekeurd, zonder dat zij aanspraak op pensioen konden maken, dan wel bij overlijden, indien zij gehuwd waren, aan hunne weduwen behoort te worden verleend een jaarlijksche ondersteuning of een uitkeering in eens, beide in evenredigheid tot hun verminderde arbeidspraestatie of inkomen, een en ander voor zoover hunne ekonomische omstandigheden het overigens gewenscht maken, gaat over enz,".

Deze motie werd 29 Juni '20 zonder hoofdei, stemming aangenomen en de minister verklaarde zich er mee eens.

16 December 1920 konstateerde K. ter Laad bij de behandeling van de staatsbegrooting voor hoofdstuk VIII intusschen, dat er nog niets aan gedaan was. De oud-inspekteur van dan geneesk. dienst onderzocht alle gevallen en bracht adviesiuiH Toen stelde ter Laan voor een artikel 182bis, luidende: „Uitkeeringen aan degenen, die in aanmerking komen voor steun als slachtoffers van de mobilisatie..,. Memorie". Kort daarop wijzigde ter L. dit artikel door voor „Memorie" te lezen; ƒ 1.000.000. Ook dit artikel nam de minister over (bladz. 1091). Toch gebeurde er weinig, sommigen kregen een sommetje ineens, van ƒ 1000 en lager.

19 Oktober 1921 interpelleerde daarover de.heer A. P. Staali man den'srieuwett minister van oorlog, van Dijk, en stelde daaromtrent vragen. De minister was zeer stroef en verklaarde de • motie van 29 Juni '20 zóó uit te leggen, dat hij óf een jaarlijksche ondersteuning kon geven óf een som ineens en dat hij het [laatste gekozen had. De kon. besluiten van 8' Juni en 18 Aug. 1921 getuigden daarvan trouwens. Van de millioen gulden waren slechts ƒ 547.000 uitgegeven en van het eenmaal ingenomen standpunt wilde de minister eerst niet afwijken (bladz. 116). 12327 aanatagen kwamen in, 900 waren afgewezen. De heer I Staalman Stelde de volgende motie voor:

Sluiten