Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

301

VL OOT- POLITIEK

«Bi waarvoor wij niet eens personeel genoeg hebben. Toen dan ook bij de marine-begrooting voor 1919 weer de aanbouw van 3 nieuwe kruisers voor de verdediging van Indië werd aangevraagd, zei Hugenholtz op 11 Februari '19, bij de openbare behandeling onder meer:

„Bovendien zijn die dï4e kruisers toch niet in staat om Nederlandsch-Indië te verdedigen. Reeds vóór het uitbreken van den oorlog in 1914 had Japan gereed 4 draednoughts van 27.500 ton waterverplaatsing, met 8 kanonnen van 35.6 c.M. en 16 van 15 «.M., met een vaart van 28 mijlen en daartegenover kunnen wij nu alleen bogen op een grootere vaartsnelheid van 2 mijl per uur, maar wat bewapening betreft leggen wij het ver af, want Onze kruisers krijgen maar 10 kanonnen van 15 c.M. en 4 van 7.5. De nieuwste Amerikaansche dreadnoughts zullen hebben 33.000 ton waterverplaatsing en zullen krijgen 12 kanonnen van 35 c.M. De nieuwste Engelsche krijgen 8 kanonnen van 38 c.M. en zullen per stuk 42 millioen gulden kosten. Zoo gaat het steeds crescendo. Tegeaskanonnen van 35 en 38 c.M. zullen wij hebben ?*ls grootste 15 c.M. en tegenover een waterverplaatsing van 27.000 en 33.000 ton, zullen wij kunnen stellen scheepjes met slechts 6000 ton waterverplaatsing."

Bij dezelfde behandeling dezer begrooting kwam dan ook in de Kamer oppositie van verschillende zijden.

Zoo stelden de vrijz.-demokraten 11 Febr. 1919 een motie voor om de Kamer te doen uitspreken, „dat in afwachting ""van de definitieve regeling der internationale verhoudingen bij'dan vrede de aanbouw van nieuw martee-matèrieel en het doen van ingrijpende herstellingen aan oud materieel behoort te worden gestaakt."

Dienzelfden dag stelde de kath. mr. Bomans de volgende motie voor: „De Kamer, van oordeel dat thans kan worden overgegaan tot de vermindering van bewapening wat aangaat de weermacht ter zee.

van oordeel dat een gedeelte van het bestaande materieel kan wórden gedirigeerd naar Indië, andersdeels kan worden ter beschikking gesteld van het ministerie van oorlog ter kustverdediging,

van oordeel, dat mitsdien de landsverdediging onder één departement kan worden vereenigd,

I. verzoekt de regeering maatregelen in dezen geest te willen [overwegen en daarvan te doen blijken bij de eerstvolgende begrootingen", enz.

Deze motie werd echter 13 Februari d.a.v. gauw weer i n g etrokken. Nadat dr. Nolens de motie bestreden had, noemde t mr. Bomans het „uiterst teleurstellend", dat ook van rechts geen instemming voor ■ zijn motie kwam, en daarom verdween zij (bladz. 1376).

Ofschoon aanvankelijk Hugenholtz aarzelde, toen reeds — het i Was in de eerste dagen der vredeskonferentfe' na den wapen-

Sluiten