Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEGER EN" VT/OOT

302

stilstand — tot likwidatie der vloot over te gaan, toen de minister Naudin ten Cate 13 Febr. '19 mededeelde, dat zoo spoedig mogelijk aanbouw van schepen moest worden voortgezet, om de marine voor geheelen ondergang te behoeden (bladz. 1369), stelde hij de volgende motie voor:

„De Kamer, van oordeel, dat de tijd gekomen is om tot opheffing van de vloot over te gaan,

verzoekt den minister een kommissie te benoemen, waarin ook anderen dan militairen zitting hebben, om de likwidatie der vloot voor te bereiden;

van oordeel voorts, dat de aanbouw van nieuw materieel, de afbouw van reeds op stapel gezette schepen en belangrijke herstellingen aan oud materieel moeten wonden gestaakt,*' enz.

Hugenholtz zei 13 Febr. '19 o.m. nog dit:

„In den mobilisatietijd is gebleken, dat onze marine niet eens in staat was om de gewone diensten te verrichten welke van haar gevergd konden worden. Het personeel heeft zijn best gedaan, maar toen er een konvooi uitgerust moest worden, hebben wij met de handen in het haar gezeten omdat wij er geen cshepen voor hadden. Toen Duitsche schepen in onze territoriale wateren voeren, ontbraken ons schepen om in ons eigen neutraal gebied er voor te zorgen, dat die Duitsche schepen niet buit werden gemaakt door de vijanden der Duitschers."

De minister wilde van medezeggenschap door het personeel weinig of niets weten. Schaper raadde ook met het oog op het revolutionaire personeel, waarover de heeren bitter klaagden, naar aanleiding van geruchten tijdens de November-beweging, aan, - de vloot dan maar af .te schaffen. Wat de kommunisten betreft, dezen speelden weer een vreemde rol. Tegen de soc.dem. motie had mr. v. Ravesteijn bezwaar, omdat er nog instond, dat een kommissie (zie bladz. 175) zou „onderzoeken" of de vloot zou worden gelikwideerd. Er stond evenwel „voor te bereide n". Toch zouden de heeren wèl voor de vrijz.-demokratische, doch niet voor de sociaaldem. motie stemmen. En alzoo geschiedde! Eerst werd evenwel op verzoek van den minister van marine de behandeling der begrooting uitgesteld en 18 Febr, kreeg de Kamer bericht, dat de — volslagen onbekwame — heer Naudin ten Cate was afgetreden. Dat was 6Vs maanden na zijn optreden! 18 Maart werd de behandeling voortgezet, onder minister Ruys als min. v. marine ad interim. Toen men Hugenholtz verweet, dat hij gesproken had van likwidatie en kontinuatie, antwoordde hij, dat de' kontinuatie doelde op het personeel, dat men maar niet zóó even aan kant kon zetten (bladz. 1819).

19 Maart '19 werd de motle-Hugenholtz verworpen met 58 tegen 23 stemmen. Alleen de sociaaldemokraten stemden voor! Die van den heer Oud, een weinigje gewijzigd, werd verworpen met 56 tegen 26 stemmen. Met de vorigen stemden thans voor de vrijz.-demokraten, dr. v. d. Laar en ds. Kruyt

Sluiten