Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

303

Wïootvpolitiek

voor de kommuiriaten (de anderen, ook Kolthek, waren afwezig (bladz. 1831). De heer£Etu$fchud 18 Maart beproefd, nog deugdelijk te mbtiveeren, waarom hij tegen de motie zou stemmen. De motie was een „halfslachtige", hij beriep zfch echter alleen op woorden van de toelichting door Hugenholtz, scheef voorgesteld; van de motie zelve kon hij niets halfslachtigs aanhalen Klad*. 1825 en '26). — De marine-begrooting zelve werd 19 Maart '19 aangenomen met 47 tegen 24 stemmen. Tegen stemden de sociaaldemokraten, dr. v. d. Laar, de vrijz.-demokraten, de kommunisten en Kolthek (bladz. 1840).

Mr. Bijleveld trad later op als minister van marine. Hl) w** volslagen onbekend op dit terrein, maar had daarentegen Mier veel zelfvertrouwen. 20 Juni 1919 interpelleerde mr. Oud (vnjz.dem) hem over de personeel-verhoudingen. Het bleek, dat hij |m dit gebied nogal demokratische plannen had. Hij^wilde wel aan de vakvereeniging over tal van punten medezeggenschap geven, Hugenholtz was wegens een ongeval afwezig, en Heyi fcoop zeide bij die gelegenheid: „Wij zijn op het oogenblik aoo'ner, dat de Bond voor minder marinepersoneel woor wat■ betreft de Nederlandsche af deeling eenigermate wordt erkend. Voor de Indische afdeeling is er van erkenning evenwel geen sprake. De hr. B ij 1 e v e 1 d, min. v. mar.: Wenscht men die erkenning? Heijkoop: Vanochtend heb ik met eenige representanten van de bonden voor minder marinepersoneel een onderhoud gehad en daaruit ds mrj gebleken dat die erkenning mMrukkehjk wordt gewenschi. Die bond heeft zijn ex-voorzitter, den heer !&hhVnaar Soerabaja gezonden om te pogen het personeel te organiseeren zooals wij dat verstaan. Ik dring er bij de regeering tten sterkste op aan ook met de Indische afdeeling overleg te plegen." (Bladz. 2714.)

Daarop antwoordde de minister niets.

9 Dec. 1919 leverde Hugenholtz weer scherpe kritiek op de Inïarine-begrooting. Hfc'stelde met 4 anderen deze Motie voor: H^De Kamer, van oordeel, dat de volkomen ontreddering der I marine, zoowel wat het materieel als wat het personeel betreft, [ de meest geschikt gelegenheid biedt om tot likwidatie der marine over te gaan,

noodigt de regeering uit, de daarvoor vereischte voorstellen aan de Kamer te doen, gaat over tot de orde van den dag."

Deze motie was te meer urgent wegens de houding des ministers inzake den aanbouw van kruisers, waarvan de I rompen gereed waren, 8 millioen kostende, De begrooting voor 11920 was eerst weer ettelijke millioenen hooger dan de vorige, : terwijl de Volkenbond kort te voren was gesticht. Daartegen ■ kwam van alle zijden protest. Toen werd door min. Bijleveld Ihet voorstel tot aanhoHW van 2 kruisers (een derde was reeds I teruggenomen)«teruggenomen en bij Mem. v. Antw^jf 5.785.000 (2V2 milLt Voor de kruisers) geschrapt. Rond ƒ33.200.000 bleef f er echter nog op. Die^venaindering werd dezen „burgerminister

Sluiten