Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEGER EN VLOOT

304

afgedwongen door de openbare meening. Toen kwam evenwel van militaristische zijde hevig verzet tegen de stopzetting van den bouw der kruisers. In het openbaar viel hem de mar. off. Olivier, in de „N. Rott. Ct." aan. Zelfs hadden 5 admiralen en vlag-officieren de kruisers in een adres verdedigd, en de minister achtte het 9 Dec. '19 neodig te verklaren, vóór den aanvang der debatten, dat hij niet veranderd was. Mr. 'Bijleveld zwalkte echter zonder stuurmanskunst heen en weer en zoo had hij het kontrakt voor den bouw der schepen eerst gesloten en toen weer geheel of ten deele geannuleerd. Ook de lih. heer de Muralt viel 9 Dec. den minister aan, doch wilde hem tenslotte toch maar behouden (bladz. 807). De anti-revolutionairen waren hierbij de felle drijvers naar een sterkere vloot, daarna de christ.-historischen.

De minister zei 12,Dec, dat hij de rompen te water zou laten, om dan later uit te maken wat er mee gebeuren moet. Maar i drong de Kamer om ze af te bouwen, dan zou hij heengaan.

De motie-Hugenholtz werd 12 Dec. '19 verworpen met 61 tegen 20 stemmen. De sociaaldemokraten, kommunisten en dr v. d. Laar stemden voor. Ook een motie-Dresselhuys, afkeurende de wijze waarop de minister 11 Nov. over 's lands gelden had beschikt bij de bestelling van pantserplaten, werd verworpen, met 41 tegen 40 stemmen!©at ging rechts tegen links, met dr. v. d. Laar voor. Het hoofdstuk marine werd echter verworpen 46 tegen 33 stemmen, waarbij links alles tegenstemde, alsmede van rechts de anti-rev. groep, v. d. Laar en A. P. .Staalman. De anti-revolutionairen natuurlijk omdat Bijleveld — schoon zelf anti-revolutionair — te weinig militaristisch was (bladz. 929). Minister Bijleveld trad dus af.

Van toen af bleven Oorlog en Marine praktisch in ééne hand, daar de min. v. oorlog steeds minister van marine ad interim was. Er was n.1. 10 Dec. '19 een motie-Bomans voorgesteld (die echter nimmer behandeld is) om een „Departement van landsverdediging'' in 't leven te roepen en 27 December 1920 werd, Wfc Kon. besluit een Departement van Defensie in 't leven geroepen; waarbij echter moet worden opgemerkt, dat een 15 Nov. 1920 ingediend ontwerp, om dit besluit wettelijk te regelen, door de Kamer niet onverdeeld gunstig is 'ontvangen.

„Marine" leverde intusschen nog verrassende gebeurtenissen op. 10 Febr. 1920 was ingekomen een voorloopige begrooting voor hoofdstuk VI der staatsbegrooting, die 26 Maart d.a.v. in behandeling kwam. De hr. v. IJsselstein, minister van Landbouw, NijVi en Handel, was min. v. marine ad interim en; verdedigde dus het ontwerp. Deze stelde gewoonweg voor, de kruisers wèl af te bouwen, want ze zouden in totaal 36 millioen kosten, 18 millioen was er al aan gebouwdjen dus — we zouden j ze voor 18 millioen hebben, een koopje! Hugenholtz protesteer- 1 de sterk tegen deze slechte kommercieele opvatting, om goed

Sluiten