Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

307

VLOOTWET — DIENSTWEIGERAARS

de vloot die gemaakt wordt zoo zwak is, dat er niets mee gebeuren kan.

„Het is duidelijk — zegt Hug. — dat wij, om steeds over een goedtoegeruste vloot te kunnen beschikken, reeds in het tien-

f de jaar, zoo niet eerder, met vervanging moeten beginnen. En aangezien wij na de eerste twaalf jaar moeten doorgaan met betaling van de tweede helft van het vlootplan, zal ons ongeveer het tiende jaar of bij het bedrag der jaarlijksche aflossing een even groot bedrag moeten worden gevoegd voor vervanging van het reeds verouderde materiaal. Had de regeering op die kleine bij-omstandigheden de aandacht gevestigd, dan had zc haar voorgewende bezuiniging tot een bespotting gemaakt. Maar alleen reeds hierdoor is de geheele vlootwet veroordeeld. Want zelfs zoo wij over 6 jaar in 1928, nog een zelfde meer-

| derheid in de Kamer hebben als thans, zal toch wel niemand er aan denken de uitgaven voor nieuwen vlootbouw nog eens te verdubbelen en het eind 'van de historie zal dus zijn, dat men blijft'zitten met een vloot, die de helft is van wat, zeer Optimistisch bekeken, een uiterste minimum wordt genoemd".

Dienstweigeraars. — Steeds is de soc.-dem. kamerfractie opgekomen ' voor de gewetensvrijheid ook van gemoedsbezwaarden ter zake van den militairen dienst en steeds hebben zij voor een menschelijke behandeling van de dienstweigeraars gepleit. 1 Februari 1918 (bladz. 1194) sprak reeds Gerhard in :■ dezen zin, terwijl tevoren, 29 Sept. 1917, antwoorden van den I minister van oorlog op zijn Vragen daaromtrent verschenen.

Later spraken K. ter Laan en vooral v, Zadelhoff te hunnen ï gunste. De soc.-dem. fractie stelde zich op het standpunt, dat aan eerlijke, bona-fide dienstweigeraars langs wettejijken weg de gelegenheid moet worden verschaft, om een tijd, niet korter dan dien van den diensttijd, ten minste even zwaar als de dienstplichtigen, arbeid van niet-militairen aard te verrichten. I Zooals reeds elders werd medegedeeld (zie onder Legerbeleid eind 1918), werd 12 Nov. 1918 een motie tot demo[ bilisatie ingediend, waarin ook geëischt werd, dat de dienstt weigeraars zouden worden naar huis gezonden. Deze motie i werd 22 Nov. verworpen met 59 tegen 21 stemmen, met [ alleen de sociaaldemokraten en kommunisten voor (bladz. 504). ■ (Een motie-Kruyt, alleen voor vrijlating van dienstweigeraars, was toen nutteloo's en werd dan ook denzelfden dag verworpen met 76 tegen 3 stemmen). De dienstweigeraars werden intusschen op het fort Spijkerboor opgeborgen.

Gaandeweg begonnen ook in andere partijen personen iets te gevoelen voor deze gemoedsbezwaarden, vooral toen de zaak; Groenendaal aan de orde kwam. De sociaaldemokraten hadden intusschen, zooals boven blijkt, dit incident niet noodig. Bij de ' behandeling der nieuwe Dienstplichtwet, 8 Juni 1921 begonnen, I was de zaak-Groenendaal reeds ingezet. Toen stelden K. ter

Sluiten