Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

309

DIENSTWEIGERAARS — INTERPELLATIE-GROENENDAAL

eischen der staatsgemeenschap. Dan wordt men onbillijk jegens anderen. Wat niet belet dat men de overtuiging van de oprechte idealisten .onder hen moet respekteeren en hen niet mag dwingen om de wapenen te dragen. Gewetenloos is het inHlft?r om, als men zeil niet dienstplichtig is, anderen tot deze gei vcarlijke daden op te ruien.

Interpellatie-Groenendaal. — Van Ravesteijn vroeg 12 Juli 1921 een interpellatie aan over de gevangenhouding van den toenmaligen hongerstaker Herman Groenendaal. Ofschoon de mjnjster van oorlog aftredend was en dus geen bewindsman,

, wrarop het parlement vat heeft, aanwezig was en Schaper opmerkte, dat de interpellatie, even later gehouden vruchtbaarder zou zijn, hield v. Rav. vol, dat zij terstond moest worden gehouden, daar er tenminste een minister yan justitie was. De Kamer gaf verlof tot interpelleeren. Wijnkoop deed nog een voorstel, om den volgenden dag (13 Juli) de interpellatie aan de orde te stellen. Dit verwierp de Kamer met 55 tegen 28 stemmen. Vóór stemden de kommunisten, de sociaaldemokraten, de vrijz.-demokraten, A. P. Staalman, Kolthek en de

. liberale heeren Otto, ter Hall en Lely (bladz. 2884). Toen deed Kolthek nog een voorstel om direkt 7 September, als het wetjeBomans zou worden behandeld, v. Ravesteijn het woord te verleenen. Ook dit werd verworpen, thans met 60 tegen 22 stemmen, sociaaldemokraten, komm. en enkele vrijz.-dem.

7 Sept. '21 besluit eindelijk de Kamer, de interpellatie-v. Rav. op de agenda te plaatsen en 16 Sept. is ze aan de beurt. Dan leest echter tot aller verbazing de voorzitter een briefje van den interpellant voor, waarin staat, dat hij niet tijdig genoeg de vragen, aan den minister te stellen, heeft kunnen formuleeren en opzenden en dat hij verzoekt, de interpellatie later te houden. En intusschen zat Groenendaal te hongeren in de cell Troelstra en Kolthek protesteerden, maar er was niets aan te doen (bladz. 3057). Zelfs de vorige week had v. Ravesteijn nog voorgesteld, een interpellatie-Marchant niet te laten vóórgaan!

[ Ofschoon v. Rav. in September zeide, dat hij het „materiaal" niet zoo spoedig kon verzamelen, werd op het kongres der Comm. Partij van 13 en 14 Nov. gezegd, dat de interpellatie

(niet had plaats gehad, „omdat de hoofdfiguren dezer zaak het niet wenschten". (Zie Het Volk van 16 Nov. '21). Dus heeft van

: Ravesteijn in de Kamer gelogen en is voorts gezwicht voor partikuliere wenschen, terwijl het hier een z a a k-G r o e n e nd a a 1 betrof, die boven de personen der „hoofdfiguren''. uitging. 3 Nov. '21 las v. Ravesteijn een schrijven voor van mr.

• Tideman, den verdediger van Groenendaal, luidende:

„dat de heef van Ravesteijn er op gerekend had van mij, Tideman, tijdig de noodige gegevens te krijgen voor zijn interpellatie en dat door omstandigheden, buiten zijn wil en buiten mijn voorkennis gelegen, dat doel niet is bereikt".

Sluiten