Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEVENSVERZEKERING-WET

316

„De heeren van Rijckevorsel en van Beresteijn hebben al gewezen op het zonderlinge en treurige verloop van deze Export-Centrale. Men zou haar geschiedenis kunnen vergelijken met den Rijn bij Lobith en bij Katwijk, eerst opgezet als een flinke breede stroom, maar uitloopend op een vrij onbeduidend kanaaltje".

En verder: „Wat kan een ex- en import-centrale zijn in de toekomst? De kiem van een socialiseering van handel, van verkeer en van productie

De heer Marchant: Een mooie basis: met een faillieten boedel de socialisatie te willen beginnen!

Schaper: De heeren vrijzinnig-demokraten maken nu mines, door een luiden grijnslach, van vreeselijke schik, maar zij begrijpen van een dergelijke socialiseering niets. Ik neem natuurlijk absoluut niet de Export-Centrale voor mijn rekening, zooals zij ten slotte geworden is, want zij is lang niet meer zooals zij is opgezet. Zij is langzamerhand bedorven, gesaboteerd. Wat had dit lichaam ten doel? De regeling van in- en uitvoer, de zorg, dat er in het land bleef, wat er blijven moest, dat er alleen uit ging wat wij konden missen, te zorgen, dat de overdreven winsten kwamen aan dit semi-officieele lichaam, althans ten deele in handen van de gemeenschap; dat er eenige regel kwam in de anarchie van den uitvoer en de productie, die op dat oogenblik bestond.

Dit was de bedoeling, de regeling, de organisatie.

Nu laat ik daar, hoe het er op het oogenblik uitziet, maar een dergelijk lichaam, goed opgezet, goed beheerd en bestuurd door menschen die eenige liefde: hebben voor het doel, die perspektief zien in deze richting, die een afkeer heüben van ekonomisch e anarchie, kan iets goeds tot stand brengen". , Intusschen is deze instelling verzwolgen door den stroom des tijds. Het ontwerp werd 7 Febr. 1919 aangenomen met 52 tegen l stem, die van Wijnkoop (bladz. 1289). — De Eerste Kamer nam het aan op 14 Maart 1919 en het verscheen }5 Maart 1919 in het Staatsblad (No. 122).

LEVENSVERZEKERING-WET.

Wegens den ekonomischen toestand na den oorlog kwamen sommige maatschappijen tot levensverzekering in moeilijke omstandigheden te verkeeren. Allerlei roekeloosheden vonden in den royalen tijd plaats, de kommissarissen trokken zich van niets aan en toen de tijd slechter werd, kwamen de debacles. 2 Febr. 1921 dienden de ministers van justitie en binnenl. zaken een ontwerp in, om alvast iets te redden. Tientallen van jaren was reeds om regeling dezer zaak gevraagd, verschillende projekten gemaakt, doch deze materie was moeilijk en de kans van een 27 Juli 1912 ingediend ontwerp niet groot. In hoofdzaak wilde dit ontwerp nu, dat, wanneer eene levensverzeke-

Sluiten