Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LIJKVERBRANDING

322

ontwerp — dat in Jan. 1922 nog niet behandeld was — wet, dan za) tas laste van hoofdstuk VII B der staatsbegrooting worden gebracht:

a. de aan het bedrijf te verstrekken sommen voor nieuwe werken en uitbreiding van bestaande werken;

b. de pensioenen van het in het bedrijf werkzaam geweest zijnde personeel;

c. de kosten voor geneeskundig onderzoek voor de toekenning van pensioen, alsmede de terug te geven bijdragen voor pensioen;

d. de eventueel uit te keeren vergoeding voor brandschade; 3o. uit de Middelenwet vervallen:

a. de 'opbrengst der loodsgelden;

b. uitkeering van België wegens de vuargelden op de Wester-Schelde;

c. vergoeding door België ingevolge artikel 11 van de overeenkomst van 27 Oktober 1904, goedgekeurd bij de wet van 12 December 1905 (Staatsblad no. 346), betreffende de verbetering der verlichting van de Wester-Schelde;

d. teruggave door België van de traktementen van de opzichters en lichtwachters bij de verlichting van de WesterSchelde.

Daarentegen zullen onder de middelen verantwoord worden:

a. de rente, welke aan het bedrijf wordt in rekening gebracht over de verstrekte en nog niet terugbetaalde voorschotten;

b. de terugbetaling van aan het bedrijf verstrekte voorschotten;

c. de zuivere winst van het bedrijf volgens de nota van winst en verlies;

d. de door het bedrijf te .betalen suppletoire premie wegens de pensioenverzekering van het personeel;

e. de premie voor het door den Staat te dragen risiko van brand.

Terecht betoogt het georganiseerde personeel, dat dit bedrijf niet onder de Marine thuis hoort, maar onder een ander departement moet ressorteeren, waarbij de Scheepvaart is onder gebracht.

LIJKVERBRANDING.

Omtrent dit lugubere onderwerp werd 27 Sept. 1919 een; wetsontwerp ingediend, om in de Begrafeniswet bepalingen in te voegen, die lijkverbranding wettig geoorloofd maken, terwijl thans die verbranding alleen geduld wordt, daar op het niet begraven van lijken geen strafrechterlijke sanctie is gesteld. Volgens de ministers van binnenl. zaken en justitie kon nu — volgens de Mem. v. Toelichting — „niet geduld worden dat de

Sluiten