Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

325

MINISTERIEELS VERANTWOORDELIJKHEID

onderzoek werd gevraagd! De motie werd echter 18 Mei '21 aangenomen met 38 tegen 28 stemmen. Tegen stemden nog de katholieken Deckers, Bongaerts, Nolens, Stulemeijer, [ v. Rijckevorsel, v. Veen, Fruytier, Swane, Arts, Sasse v, Ysselt f v. Wijnbergen, Wintermans, v. Dijk, Bomans, Poels en Kooien; voorts de anti-revolutionairen, en de christ.-historischen. De linkerzijde stemde in haar geheel voor, en met haar de kath. Reijmer, v, Schaik, v. Rijzewijk, de Wijkerslooth, Fleskens, Bulten, Engels en Haazevoet, benevens A, P, Staalman (bl, 2454).

Wat aangaat de krijgsraden meende Hugenholtz, dat de werkzaamheden daarvan zeer zouden moeten worden ingeperkt. Art. 70 wilde hij daartoe lezen als volgt:

„De militaire rechter neemt in tijd van vrede enkel kennis van de feiten strafbaar gesteld in dit wetboek en van dezulke welke, al of niet op vordering van de bevoegde militaire autoriteit, aan zijn oordeel worden onderworpen."

In de toelichting heette het:

„De strekking van dit amendement is de rechtsbevoegdheid van den militairen rechter te beperken tot de zuiver militaire delicten en tot die met-militaire, waarvan vóór of tijdens de berechting blijkt dat zij de militaire tucht of orde aanranden en deswege naar den militairen rechter behooren te worden verwezen."

De regeering stelde voor, art. 70 aldus te lezen:

„De militaire rechter neemt kennis van de strafbare feiten,

begaan door militairen, behoudens de uitzonderingen bij de wet

gemaakt."

Het amendement werd 18 Mei '21 verworpen met 49 tegen 17 stemmen. Alleen de sociaaldemokraten, de vrijz.-demokraat Oud en de vrijh.-bonder Ter Hall, benevens Wijk stemden voor (bladz. 2460).

Er zat nu niets in het ontwerp wat de sociaaldem. fractie aantrok en het werd dan ook aangenomen zonder hen, n.1. met 46 tegen 13 stemmen (bladz. 2462). De Eerste Kamer nam het ontwerp 1 Juli '21 aan en 5 Juli 1921 JStbl. 841) werd de wet vastgesteld. In het Staatsblad van 12 Dec. '21 (no. 1352) is het heele Wetboek v. Mil. Strafrecht en de Wet op Krijgstucht, zooals ze /thans luiden, opgenomen.

MINISTERIEELE VERANTWOORDELIJKHEID.

Naar aanleiding van soms aan het licht getreden kwestiën, of de tegenwoordige of de afgetreden minister de verantwoorde[ lijkheid te dragen had voor gepleegde regeeringsdaden, diende I Schaper 15 April 1921 een wetsvoorstel in om in de wet van 22 April 1855, „houdende de regeling der verantwoordelijkheid van de hoofden der ministerieele departementen", aldus aan te [ vullen, dat afgetreden ministers door de Staten-Generaal kun\ nen worden uitgenoodigd of zich kunnen aanbieden om in de

Sluiten