Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NOVEMBEK-BEWEGING

332

overnemen. De tegenstanders hebben deze rede uitgebuit op de meest demagogische wijze. Troelstra was een geweldenaar, die een bloedbad wilde aanrichten, enz.

Geweld het doel? — Wilde Troelstra geweld? Het is in lijnrechten strijd met de feiten. In dezelfde redevoering sprak Tr. 12 Nov. '18 (bladz. 343) het volgende:

„Mijnheer de Voorzitter! Ik geloof te kunnen zeggen, dat de overgroote meerderheid van de Kamer, ook mijn partij, juist ook in dezen tijd gevoelt, hoe wenschelijk het is dat de orde gehandhaafd blijft.

Alles wat daaromtrent van de regeeringstafel is gezegd: het verbreken van ons bedrijfsleven, een stopzetten van den aanvoer uit het buitenland door stakingen e.d. in het scheepvaartbedrijf brengt ook nadeel toe aan de groote werkende en arbeidende klasse in ons volk, is op zich zelf juist.

Er is niemand in deze Kamer, die daartegen opkomt, en wanneer de minister zoo'n plechtig gezicht zet als hij deze gemeenplaats hier aan de regeeringstafel debiteert, dan is dat gezicht niet in overeenstemming met het gewicht van zijn mededeeling. Daar hebben wij niet een voorzitter van den ministerraad voor noodigj om ons dat te vertellen: dat het volk er in zijn geheel er belang bij heeft dat het ekonomisch leven niet wordt ontwricht, en dat het volk in de gelegenheid blijve, van die verschillende instellingen en zaken, die het noodig heeft voor zijn gewone bestaan, ongehinderd gebruik te maken".

Wij spatieerden eenige woorden in dit officieele verslag. En op bladz. 347 vindt men de verklaring, dat Tr. geweld „hoogst ongewenscht en betreurenswaardig acht". Eu hij vervolgt:

„Ik geef u de verzekering op mijn eerewoord — ik Spreek namens onze geheele partij en de moderne vakbeweging —. wij moeten van geweld niets hebben. Wij hebben echter tot taak, dit historisch oogenblik voor de politieke verheffing der arbeidersklasse te gebruiken en wat ook van ons gevorderd zal worden aan persoonlijke toewijding en offervaardigheid, al zou het ons leven moeten gelden, wij zullen het gaarne en jubelend geven ter voldoening aan de eischen van het historisch oogenblik.

Ik stel dus op den voorgrond: wij wenschen geen geweld en wanneer dat geweld mocht komen, dan zal het niet komen van ons, maar dan zal het komen van machten, die staan tegenover ons".

Weer onderstreepten wij ■ eenige woorden. De bedoeling van Troelstra was — hetgeen uit de gansche redevoering blijkt, dat hij verwachtte, dat de drang des Volks naar de macht, door de gebeurtenissen in Duitschland zóó groot en sterk zou worden,

Sluiten