Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

341

de novemhekhulden!

Kamer, zeg ik voor mij: gegeven het feit,-dat alles zoo langzaam gaat en dat de Eerste Kamer meermalen is een sta-in-den-weg gebleken, zal, wanneer er grondwetsehrziening komt, waarbij de Eerste Kamer wordt opgeheven, ook in dat een verbetering achtte. En wel zoo spoedig als het maar eenigszins mogelijk is... Ik behoef verder niet te zeggen, dat ik ben voor wettelijke regeling van de werkloosheidsverzekering... Wat betreft een goede regeling van de rechtspositie van het overheidspersoneel, sinds jaren heeft men, afgezien^' van de sociaaldemokraten, daarop van zeer verschillende zijde aangedrongen... Wat aangaat de regeling van de kollektieve arbeidsovereenkomst en het bevorderen van medezeggenschap in partikttliere bedrijven — ik behoef niet te zeggen, dat al deze zaken bij ons op medewerking zullen kunnen rekenen. ... Ik vergat bijna het staatspensioen. Ik wil daaromtrent dit zeggen, dat ten gevolge van den uitslag van den volkerenoorlog men mag aannemen, dat de uitgaven voor het leger geleidelijk zullen kunnen worden verminderd, waardoor zonder verhooging van belastingen tientallen millioenen indien kunnen vrijkomen, o.a. voor het geven van een staatspensioen op lageren leeftijd.

Er wordt daar gezegd, dat ik eet uit de hand van de heeren; ik hoop, dat zij over redevoeringen als de mijne altijd even tevreden zullen zijn."

„De groote tijd, dien wij beleven, heeft de verlangens der arbeidersklasse doen groeien. Dat moeten wij allen, maar dat moet in de eerste plaats de regeering beseffen."

6 Dec. '18 kwam deze held nog eens terug!

„Den achturigen werkdag, de werkloosheidsverzekering, de stelselmatige werkloosheidbestrijding en -voorziening, dat alles heb ik reeds genoemd en ik behoef er niet op terug te komen (bladz. 628).

Alleen indien de regeering begrijpt, dat het thans niet de tijd is van kleine en halve maatregelen, indien zij-door met forsche hand het roer van staat in bepaalde goed afgebakende richting te sturen, blijk geeft den lust en de kracht te hebben de maatschappelijke hervorming te leiden, zal zij aan revolutionnairen aandrang voor langen tijd den bodem kunnen onttrekken. Daarin ligt voor elke regeering in dezen tijd en ook voor deze de toetsteen van haar kennen en kunnen.

Het vertrouwen, dat zij dan het recht zal hebben te vragen, zal haar dan ook zeer zeker worden geschonken." Aldus Treub.

Nu is sedert dien, in Oktober 1921, prof. Treub uit de politiek getreden en de Vrijheidsbonders zouden kunnen zeggen, dat zij niets meer met hem te maken hebben. Doch al zijn geestverwanten stemden met hem in in hetzelfde koor.

Op 14 November 1918 (bladz. 395) sprak mr. Dresselhuys:

„Wanneer door de regeering is gezegdetic zal geven een hooger loon en invoeren den achturendag, en den zesurendag voor de mijnwerkers, dan zeg ik: dat heeft mijn volle sympathie,

Sluiten