Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NOVEMBER-BEWEGING

342

daartoe zal ik gaarne medewerken..."

„Ik zeg tegenover het Nederlandsche volk en tegenover ieder, die het maar hooren ,wil, dat — en zoo denken vele andere kamerleden er over — als wij stemmen voor een motie — gewoonlijk hebben moties niet veel beteekenis, maar gezien in het licht van dezen tijd ligt er in die motie een ontzaglijke beteekenis — het is een belofte aan 'het Nederlandsche volk en als wij openlijk verklaren, dat wij die belofte stellen, moeten die woorden van een eerlijk mensch in deze Kamer ook eerlijk en loyaal worden opgevat."

21 November (bladz. 603) dringt deze zelfde heer er op aan, dat de regeering komt met een ontwerp 8-urenwet, ter vervanging van het voorstel van Schaper en hieromtrent zegt hij:

„wij gaan hier een proef doen, die niet gevaarloos in, maar waaraan ik toch wil meedoen, omdat ik in dezen tijd van sociale reveil, nu algemeen erkend wordt, dat de levensvoorwaarden van een groote klasse van onze bevolking moeten worden verhoogd, ik die allerminst zou willen zien tegengegaan, integendeel, ik erken de beteekenis van dien reveil ten volle."

En verder: „Hier moet een redelijke overgangstermijn zijn, zoo kort mogelijk, want ik meen het werkelijk, wanneer ik zeg, dat ik met snelle demokratische maatregelen akoord zou willen gaan."

„Het is mij allerminst te doen, de zaak op de lange baan te schuiven. Ik geloof, dat Nederland hier het voorbeeld kan geven, maar wanneer het dat doet, heeft het ook in zekeren zin het recht, andere naties uit te noodigen dat voorbeeld te volgen en er voor te zorgen, dat haar regeling niet door konkurrentie van andere rijken wordt gesaboteerd." (Bladz. 604.)

11 December kwam na Tsraub mr. Dresselhuys weer aan het woord. Hij zeide (bladz. 682 der Hand.):

„Laat ik beginnen te zeggen, dat daarin voor mij zeer veel sympathieks voorkomt, getuige hetgeen ik zelf eenige dagen geleden hier heb verklaard.

Naar aanleiding van een uiting van den heer Schaper schijn ik te zijn misverstaan ten aanzien van de vraag in hoeverre mijn partijgenooten in deze Kamer mijn gevoelen deelen. Ik mag thans uitdrukkelijk verklaren, dat ook dezen van oordeel zijn, dat hervormingen, die ik hier als wenschelijk heb aangekondigd, ten spoedigste behooren te worden ing e v o e r d."

„Ook dezen", — de heer Treub sprak dus namens al zijn geestverwanten. De groote liberale bladen bladen schreven niet anders. Zoo leest men in de N. Rotterd. Ct. van 11 November 1918 een artikel „De Arbeiderseischen". Daaronder was een van de meest aktueele de achturendag. En daarover wordt geschreven:

„Wanneer de productie hervat wordt op een loonbasis, die

Sluiten